Renée Luth 2019-2020

Paul de Rook, wethouder Cultuur van de gemeente Groningen, maakte maandag 4 februari 2019 in het Grand Theatre bekend dat Renée Luth (1979, woonachtig in Haren) zich de komende twee jaar Stadsdichter van Groningen mag noemen. Zij volgt Lilian Zielstra op. Renée Luth is al vele jaren actief in Groningen als dichter, docent, filmmaker, beeldend kunstenaar en cultureel organisator. Twee dichtbundels van haar hand verschenen bij uitgeverij Passage. Als workshopdocent en ‘taalcoach’ voor o.a. Poëziepaleis en Urban House werkt ze veel met kinderen en jongeren met een grote verscheidenheid aan culturele achtergronden.

Nadat ze vijftien jaar in de stad Groningen had gewoond, verhuisde ze twee jaar geleden naar Haren. Nu Haren en Ten Boer deel uitmaken van de nieuwe gemeente Groningen, wil Renée Luth als Stadsdichter haar steentje bijdragen aan de verbinding van Stadjers en de bewoners van de gefuseerde gemeenten. Ze wil zich daarnaast inzetten voor meer zichtbaarheid van gedichten in de openbare ruimte, en voor de literaire talentontwikkeling van kinderen en jongeren.

Na haar verkiezing op 4 februari heeft Renée heel vaak in het openbaar opgetreden als stadsdichter. Op het Bevrijdingsfestival, tijdens de Nacht van Kunst en Wetenschap, bij Keti Koti, Allerzielen, Kristallnacht, bij het bezoek van de Poëziebus aan Groningen. Ook opende ze het festival Dichters in de Prinsentuin en presenteerde ze Dichters in het Donker.

En sinds kort is ze te zien op op tv als tafeldame bij RTV-Noord.

Niet alle optredens zijn openbaar; Renée doet ook veel met kinderen en jongeren, vaak op scholen. Ze gaf workshops gedichten maken voor kinderen tijdens een project over armoede met Sint Maarten en praatte met Jaap Robben en 120 scholieren over het boek Birk van Robben.

Ze trad op tijdens de raadsvergadering waar burgemeester Peter den Oudsten afscheid nam en een paar dagen later tijdens de installatievergadering van burgemeester Koen Schuiling. 
Op het afscheid voor genodigden van burgemeester Den Oudsten werd een mooi filmpje vertoond, het werd gemaakt door Renée. Het is hier te zien.

Als stadsdichter word je ook veel gevraagd voor jury's en prijsuitreikingen. Bijvoorbeeld wanneer Groningen het mooiste station van Nederland blijkt te hebben. Of wanneer de Groninger Cultuurprijs wordt uitgereikt, de nieuwe kinderdichter van Groningen (of Hoogeveen) moet worden gekozen, wanneer er Taalhelden in het zonnetje worden gezet in de Week van de Alfabetisering of wanneer er een winnend sonnet moet worden gekozen in een sonnettenwedstrijd.

Op deze plek begint het land

Hier schuimen hondsdolle golven tegen de dijk
Bijten fabrieken zich met metalen tanden
vast in de randen van de zee

Windmolens seinen verlangend naar een overkant
De horizon is vergeten waar water en lucht
uiteen horen te gaan

Door wind voelen we hier een andere zwaartekracht
Zijn we licht als meeuwen wanneer we uitwaaien
Het slib zwart als inkt als we proberen te zwemmen

De dijk is een grote vriendelijke reus
Met armen van klei en steen
Sterker dan de vuisten van elke storm

‘Het water was nooit zo hoog of het wordt
altijd wel weer laag,’ zegt een oude schipper
Die nog net over de dijk kan kijken

SOS Moria (23 april)

Ik word wakker en vrede is vertrokken
Niemand vertelde ons dat ze weg zou gaan
In de kamer stapelen angsten zich op
Tot het huis splijt door een kogelregen van razernij
Tanden van bommen rijten mijn straat uiteen
Klauwen vuur scheuren horizon doormidden
Gezichten van geliefden worden nachtmerries
Laarzen van soldaten brengen duisternis
Geweren bijten zich vast in onze lijven

We vluchten met koffers waarin mijn moedertaal jankt
Mijn moeder draagt mij onder haar zachtste armen
Meer geschiedenis kan wanhoop niet dragen
Zelfs mijn voetstappen huilen nu als wolven
Wegen draaien zich vast om onze benen
Tot de zee opdoemt als de grote redder

Een schip wiegt ons in slaap met zoute beloftes
De zee verslikt zich in ons tot we zinken
Ik raak de koffers taal en mijn moeder kwijt
Schreeuwen heeft geen zin als er niemand luistert
Verdwaalde meeuwen kijken geschrokken weg
De diepe zee weet niets van rechtvaardigheid

Vreemdelingen redden mij uit de golven
Maar mijn bloed kolkt nog grijs na van de oorlog
Mijn huid is gelooid door het zuur van leegte
Elke porie is onderweg kwijtgeraakt
Mijn lijf is een koffer stilte geworden
En het hoofd draagt enkel nog wat achter bleef
Mijn nagels hebben blijvende rouwranden
Mijn tong breekt als niemand mij nog wil verstaan

Grenzen keren zich stilzwijgend van mij af
Halen brede schouders van prikkeldraad op
De mensen zeggen hier dat ik geluk zoek
Terwijl ik het woord geluk heb begraven
Ze ligt ver achter die gescheurde horizon

Ik weet niet meer waar de tijd nu heen moet gaan
Alle herinneringen lopen onrustig rondjes in mijn hoofd
Het verlies beitelt ‘s nachts in mijn brein dat ik nergens hoor
Dat ik enkel heimwee heb naar nachtmerries
Dat niemand mijn naam nog kent

Ik slaap op bedden van karton
Woon in huizen van tentdoek
Een deken is mijn enige muur nog
tegen vreemden
de kou
en ziektes

Op het vaste land
moet iedereen nu binnen blijven
en afstand houden
Zeggen ze
Zodat ze veilig zijn
Maar er is hier geen binnen
Geen ramen of deuren
om dicht te trekken
tegen deze nieuwe dood
Geen anderhalve meter afstand
Want wij douchen en eten in rijen
geduld
Ik kan dit keer niet vluchten
voor wat komen gaat
Deze vijand schuilt in nabijheid
en ademhalen
In het leven
hier

waar moet en mag ik heen?

Lees hier meer gedichten van stadsdichter Renée Luth (2019)

Ring Zuid (11 juli)

Onze heilige koeien loeien droevig
Nu ze geen drinkplaats meer kunnen bereiken
De terrassen zingen als sirenen
Onze harten twijfelen hoe te pompen
Nu de aorta van de stad is afgesloten
We toeteren tegen opgelegde omwegen
Tot het verkeer een beroerte krijgt
Ze leggen een bypass aan in ons Zuiden
Hoe kunnen we nu nog als trekvogels
Met sleurhutten onze weg vinden.
Onze heilige koeien trappelen ongeduldig
Of ze nu gaan of komen

Maar als we straks een nieuwe weg...
Zal ons bloed sneller dan ooit rondpompen
In dit lijf van de stad
Met een nieuw hart
Zetten heilige koeien de hoeven
Op de gaspedalen

Mooiste hoofdstation van Nederland (7 augustus)

Hoofdstation Groningen

We arriveren tussen elektrieke klapdeuren
Glas in lood boven ons als een kerk voor reizigers
We lezen over welke klasse, de muur duizelend met goden en godinnen,
Gemetseld vlechtwerk, papier maché plafond

Telegrafie bliksemt uit een ver verleden, post nog gedragen door veren
De tijd kijkt op ons neer
Arbeid voor altijd met een schep in de handen
Omsingeld door de ijverige bijen, spinnen, mieren
De cirkel is rond en wij dragen de dagen
Als zandkorrels naar een eeuwige haast
Zetten een schep in wat moet, komen liever dan dat we gaan
Laat de paraplu’s en koffers achter om terug te mogen keren

 

Bij de opening van het Overweeghuis (13 september '19)

Over wegen

De straatstenen herkennen jouw voetstappen al
Je bent weer terug
Waar je niet wilde terugkeren
Deze wereld is als een elastiek voor jou
Twee uur ‘s nachts
De wereld slaapt maar jij
Staat in een onzichtbare etalage
Je voelt je vlees voor de jachthonden
Soms voelt dat goed
En ben je liever vlees dan mens
Je hoort ze snuiven
Ziet ze loeren
Vanuit warme auto’s
Je voedt ze zoete woorden tegen het bijten
Soms is er iemand lief of mooi
Dat wel
Maar ze moeten betalen
Op z’n minst met schuld
Je luistert naar alle verhalen
Bewondert hun falen
Met woorden die ze willen horen
Je bent een actrice
Al wilde je soms dat je een dubbelganger had voor naaktscènes

Je staat
Weer en wind
Striemen je huid niet meer dan vreemde handen
Een sigaret om de geur van de mannen te verdrijven als wierook
De seizoenen glijden aan je voorbij
Alleen die auto’s als eeuwig zoemende
Herhaling
De lijven trek je aan en af als kleding

Je moet hier staan
Wellicht omdat iemand het zei
Wellicht omdat je lijf op een beloning wacht
Wellicht omdat er ergens een familie
Van jouw zuurverdiende geld moet leven

Zit je klem of ben je vrij?
Kom hier schuilen
Dit huis is als een omhelzing
En laat je gaan wanneer jij dat wil
Hier mag je wonen achter muren
En heb je deuren om te sluiten
Als je twijfelt of de straat je op vreet
En uit spuugt
Of als je gewoon even wil slapen

Kijk maar
Een nieuwe dag ontkiemt hier
Een nieuw leven zingt zachtjes in je oor
Luister maar
Naar het waaien van de wind
Dans voorzichtig met nieuwe passen
Vergeet de straatstenen
Laat al het oude meevoeren op de handen
Van de wolken
Je krijgt een nieuwe betekenis
We noemen je nu vriendin, tante, nicht, moeder, dochter, zus
Of welke naam jij ook wil dragen

 

Voor Festival van de Geest in de Nieuwe Kerk (13 september '19)
Thema: Groen Doen

Groen doen

Zaai hier
Tussen de tegels
Een nieuw begin
De geboorte van groen
Groen dat nog pril als een lente
Uit haar ogen kijkt
Weeg het beton
In nieuwe handen
Zie hoe de jonge bomen nog
Huilen in de wind
Troost ze
Vertel al het grijs hier
Van lente
Van bloeien
Een placebo tegen cement
Zie hoe de knoppen openbarsten
In vlezige beloftes van groei
Laat wegen breken
Zing wiegenliedjes voor het asfalt
Totdat ze gaan dromen dat ze grasvelden zijn
Plant bloembollen in onze
Grauw geworden gedachten
Onze hoofden broeikassen
Laat alles overwoekeren met goede wil
Om deze kleine werelden terug te geven
Aan dat wat zachtjes zoemt
Smeer de huizen in met honing
Geef de kieren van ons zijn
terug aan mieren
Leg alleen nog snelwegen voor egels
Geef de kikkerkoning een wieg
Draag vruchten voor de vogels

Laten we de stad weer een beetje met ze delen
In een achtertuin of park
En laat onze voetstappen
Zaad zijn

Drie gedichten voor ‘De week van de alfabetisering’ (12 september '19)
Provinciehuis Groningen

Durf

Zie je
Ik ben best vaak een beetje bang geweest
Voor het donker, voor kassa’s
Voor hoogtes, voor boze mensen
Voor dingen die niet lukken
Voor een te harde lach
Mensen die weggaan
Voor grote gebouwen
Telefoongesprekken
Voor woorden die verkeerd vielen
De dood
En door de mand vallen
Voor mijzelf wellicht wel het meest

Ik was zo bang
Voor zoveel dingen
Dat er jaren waren dat ik liever
Onder mijn dekbed bleef
Gordijnen dicht
Geen wereld
Want die was mij veel te groot
Ik durfde geen stap te verzetten
Want het kon wel eens de verkeerde stap zijn

Durf was heel lang een vreemde
Een huisdier dat iedereen kopjes ging geven
Behalve mij
Dat zich liet aanlijnen door iedereen
Behalve door mij
Dacht ik
En keek jaloers naar iedereen die durfde

Ik zat opgescheept met een hoopje angst
Dat ‘s nachts blafte in mijn oren
Dat mij wakker hield
En voor de voordeur ging liggen
Als ik naar buiten wilde
Angst zette nagels in mijn rug
Als iets mislukte

Ik bleef maar hopen dat de angst nog uit zou groeien tot durf
Dat ze liever zou worden
Aaibaar

Tot ik op een dag
In de spiegel keek
En zag dat ik zelf durf was geworden
Zomaar
Was ik aaibaar en lief geworden
Voor mijzelf
Als ik viel raapte ik mijzelf op
En klopte mijzelf op de schouder als iets goed ging
En alle woorden
Waren gewoon goed
Omdat ze bij mij hoorden

Dyslectisch

Toen ik net leerde schrijven
Schreef ik alles in spiegelbeeld
Geen dood maar boob
Dat klonk toch minder dreigend
Geen bijt maar dijt
Nam ik iets te letterlijk
En ik moet nog steeds nadenken
Dat ik het verschil tussen lijden en leiden onthoud
Want dat maakt nogal uit in een leven

En nu
Nu dans en denk ik nog steeds in spiegelbeeld
Maar dat danst en denkt best mooi
Ik denk dat mijn hoofd linkshandig is
Maar mijn handen rechtshandig
Als ik later ook maar dood ga in spiegelbeeld
Dan blijf ik vast nog heel lang leven

Durf

Ooit had ik een zucht die opvloog
Tot de kruinen van de bomen
Daar schuilde de zucht dan
Tussen vluchten en ontkennen in
Soms dacht ik even
Dat ik de zucht nog hoorde roepen
Maar meestal was het de wind
Of een vogel
Tot ik op een dag
Jou zag
En zo diep wilde zuchten
Dat de zucht wel terug
Moest keren
Naar mij
Ergens in de kiertjes van mijn moed
De zucht kroop in mijn vingers
Mijn tenen
Mijn oren
En mijn neus
De zucht kietelde wat
Of twijfelde wat
Draaide rondjes
Zocht een plekje in mijn lijf
Waar het fijn nestelen was
Landde uiteindelijk precies daar in mijn mond
Waar jouw naam
Ook net een nestje wilde bouwen
Ze werden verliefd
Legden een ei op mijn tong
Broedden
Noemden het kuiken
Durf
Toen ze uit vloog
Klonk het even of ik zong

Voor de herdenking van de Kristallnacht in Groningen (10 november '19)

Het kwaad

Het kwaad is een bloeddorstig beest
Een martelwerktuig dat de samenhang van onze samenleving uit elkaar trekt
Het kwaad is de buurvrouw die weg kijkt
Het kwaad is de buurman die zwijgt
Het kwaad is een kind dat heeft geleerd te haten

Het kwaad is schuldig
Het kwaad is onschuldig

Het kwaad is een bloeddorstig beest
Dat geleidelijk knaagt aan ons mededogen
Tot op het bot
Tot we niks meer voelen
Het kwaad vreet onze blikken
Als hongerige aaseter
Tot we slechtziend zijn
We enkel nog contrasten en verschillen waarnemen

Het kwaad is zo oud als de wereld
Slaapt in manden van angst
Woont in huizen van onwetendheid
Wordt geaaid door onverschilligheid
Het kwaad doet alsof ze een huisdier is
Maar bijt ‘s nachts ons allen dood
Ongeacht geloof
Huidskleur, geaardheid, leeftijd
Het kwaad bijt het liefst in eigen handen
Wanneer jij het voert

Voor de dienst  in de Nieuwe Kerk op 17 november '19

Eenzame uitvaart

Wat als je het toebehoren was kwijtgeraakt
Alleen jouw naam bleef bestaan
Jouw herinneringen als verloren voorwerpen
Nooit meer werden opgehaald
Wat als er geen verleden meer was om je aan te kleden
Wat droeg je dan
Hoe hield je jezelf warm zonder woorden van geliefden
En hoe kun je kwijtraken
Tussen de voegen van liefde
In de kieren van onvermogen
Hoe lang geleden huilden mensen al om jouw verlies
Terwijl je er nog was
Maar je was zo intens kwijt
Dat ze je niet meer zagen
Je was doorzichtig geworden
Met de straat vergroeid
Als een schutkleur van verdriet
Hoe verdwaalde je in de context van je bestaan
Besta je nog als niemand je kent
Wat als je het toebehoren was kwijtgeraakt

Wij noemen dan nu
Jouw naam die bleef bestaan
Die blijft bestaan
Duizend keer
En beseffen dat die naam jaren
Met liefde werd gekoesterd
Gedragen
Jouw naam is toebehoren
Elke naam is immers gegeven
Vanuit de diepste verbinding
Je bent nooit meer kwijt
Niet meer kwijt
Wij koesteren jouw naam

Voor de winnaar van het Hendrik de Vriesstipendium (14 december 2019)

Reynaert Vosveld

Jij onderzoekt in hoeverre onze samenhang in slaap is gedut
Wat als die slaap van de rede monsters voortbrengt
De huidige tijdsgeest
Een nachtmerrie lijkt
Die je voor altijd wakker schudt
Wat als
De solidariteit zichzelf van kant maakt
We met z’n allen zo uit elkaar vallen
Dat we bang zijn nooit meer in elkaar te passen
We eencelligen blijken
In hokjes van anomie leven
Enkel nog een somberte aan gaat
Wanneer je de lichtknop zoekt in je kop

Melancholie trekt de gordijnen dicht
Met herinneringen die opdwarrelen
In een poging jouw blik op de vrije markt
De verdoezelen

Maar op het markplein loeien de graaiers
Vreten alles kaal waar je waarde aan hecht
De hebberds stampen met hoerige hoeven
Trappen elk houvast onderuit
Met onsamenhangende goden van goud
Terwijl tijd zich omdraait in haar graf
Wij onomkeerbaar lijken

Leg jij ons vast
Omdat het monster wellicht dan te temmen is
De tijdsgeest zich vergist heeft
In de dromer

Lees hier meer gedichten van stadsdichter Renée Luth (2020)

Holocaust herdenking Groningen (27 januari 2020)

Nu liggen in de Folkingestraat struikelstenen
Die droef glanzen
En namen prevelen
Als een laatste gebed
Voor wie niet terug keerde
Een schreeuw van messing
Voor wie nooit een laatste afscheid vond
Struikelend verdriet
Is beter dan zwijgen

Deze straat, deze buurt
Was ooit het middelpunt van de
Joodse gemeenschap
De Synagoge , het Rabbinaatshuis
Een ritueel bad
Een bejaardenhuis waar de rust woonde
De slager, de melkboer, kleermaker

Een nachtegaal klonk uit het raam
Een wereldberoemd violiste liet haar viool meezingen
Gelach van kinderen uit een school
Deze straat maakte muziek van leven
Huizen klonken samen als een orkest

Maar de vrachtwagens kwamen
Grommend als valse honden
Duitse stemmen als kogels
Sommige buren bleken vergif
De levensboom , Ets Haim, werd omgekapt

Een atleet liet het leven bij de voordeur
Bedden met ouderdom werden op treinen gezet
Knikkers voor altijd uitgestrooid
En de straat begon te bloeden
Hield nooit meer op met bloeden
Een aderlating van menselijkheid
De straat zweeg

Het woord “weggehaald”
Beitelde zich in de gevels en de tijd
Huizen werden vergeven aan vreemden
Alsof men al was opgegeven

Nu
In deze straat
Wassen manen van brons zich in
regen
In de hoop opnieuw te beginnen
In de hoop te slijten door de passen van voorbijgangers

In deze straat worden bronzen manen hoopvol vol
Dromen ze dat de tijd zich verslikt heeft, vergist heeft
De tijd alle gevels weer glad strijkt
De deur opent die voor altijd bleef gesloten

De raadszaal (29 januari)

Barst uit haar snit
Teveel meningen geslikt
Te vaak gordijntjes voor
Wethouders verschoven
En hier binnen is het klimaat
Ook aan verbetering toe
Zie de tijd zweten
Bij kopjes koffie
De raadszaal is in de overgang
De stoelen kraken nog onder het gewicht van beslissingen
De zaal is een versleten jas
Urgent zegt men
Zelfs een monument
Vraagt nu om verduurzaming
Een restauratie van geduldige oren

De zaal proeft nog naar voorgangers
En oude stadsgrenzen
Microfoons interrumperen
Nu maar liefst 45 raadsleden
Er galmt nog ergens een afweging
Die maar blijft spoken
Het democratisch proces
Vraagt om een nieuw aangemeten
Vel
Een facelift van faciliteiten zou je kunnen zeggen
Of eerder een donorhart wellicht
Want vooral intern
Men zoekt de revitalisering hogerop

Je zou het bijna spiritueel
kunnen noemen
Dat verduurzamen, revitaliseren
Binnen eigen muren nieuwe ruimte creëren
En het hogerop zoeken

Maar het gaat uiteindelijk
Gewoon om een raadszaal
En muren
Om een democratie die nieuwe stoelen krijgt
En een nieuwe jas

Martiniziekenhuis (30 januari 2020)

Als je goed kijkt
Zie je
Dat je niet in een ziekenhuis ligt
Maar eventjes in de winter woont
Kijk maar
Om je heen is de wereld zo wit als sneeuw
De muren en lakens zo wit als ijs
Verpleegkundigen met witte kleren als sneeuwpoppen
Artsen met witte jassen als ijsberen
Bedden glijden door gangen alsof ze sleeën
En dan heb jij ook nog eens mooie gekleurde lampjes bij het bed
Dat is toch net een beetje altijd kerst

En die speciale pyjama waar je nu in slaapt
Dat is het uniform voor een winter-elf
Dat mag jij dragen
Maar het bezoek lekker niet
Daardoor voel je geen kou
Het is een soort superpak

Als je straks gaat slapen
En droomt zul je zien
Dat je in je dromen kunt vliegen
Gezellig met de wolken
Over onze hoofden kunt racen
Dat kunnen alleen elfen

En wanneer je wakker wordt
En de schoonmaker de vloeren
Laat glimmen als een ijsvloer
Zie je hoe stiekem
Een ijsbeer en sneeuwpop samen schaatsen
En de lampjes op de maat van jouw hart dansen
De winter schenkt thee in
En het bezoek houdt je hand vast
Tot alles een klein beetje ontdooit

Suikerbietenlucht (19 februari 2020)

Ach suikerbieten
Ooit waren de luchten hier gevuld
Met jullie dampen
Bliezen monumentale pijpen
Wolken van zoete aarde over onze hoofden
Als we de stad binnenreden
Begroette jullie fabriek ons in de verte
De skyline draaide om de suikerbiet

Als de aardse suikerlucht door de straten
zweefde
Wisten we dat de herfst ons kwam vergezellen
Keerde elke Groninger een beetje melancholiek naar binnen

Toen werd de stad al verlaten
Door jullie zoete modderige ronde lijfjes
Werden de pijpen geamputeerd
En bleef een fabriek verlangend naar haar
bietenkinderen achter
Met een skyline vervuld van fantoompijn

Maar de geur was er nog bij vlagen
Want jullie bleken alleen maar verhuisd
Naar de buren
Dus we wisten dat het goed met onze suikerbieten ging
Dat er ergens anders een fabriek nog gelukkig met jullie was
Dat de herfst nog kwam en ging

Maar nu zal de aardse suikerlucht hier nooit meer verdwalen
De damp dwaalt nooit meer door onze straten en hoofden
Onze melancholie heeft geen geur meer
Onze wolken zoeken geurloos
Naar seizoenen

Fabriek de Toekomst (zondag 8 maart, Grasnapolsky Festival, Scheemda)

Dieprode bakstenen muren
Als gestifte lippen
Die het groene vlakke landschap
Verleidden
Wat uitdagender te zijn
Maar tegelijk was het rood hier
De kleur van gevaar
Van verwaarloosde tijd
De fabriek tuitte nog koket haar lippen
Van steen en glas
Maar je wist nooit zeker wanneer ze de de weilanden of voorbijgangers wilde bijten
Met scherven of verval
Omdat we de toekomst waren vergeten
van de toekomst
Jarenlang was ze de grootste ruïne van ooit
Hikte ze nog treurig laatste strokarton op
Als ze de geur van stro rook
Zocht ze tevergeefs blaren van noeste arbeid
Bij de feestgangers
Een pijp als vuurtoren
Voor de zee van Groningse luchten
Een sirene voor automobilisten
Die haar teloorgang aanzagen voor nostalgie
Omdat ze te ver bleef
De horizon verslikte zich verlegen in haar woest geworden vormen

En nu staat ze nog met giftige voeten
In de klei
Omdat ze te lang niet gezien werd
Maar iemand werd verliefd op haar
Laat haar nu baden in discolicht
Vult haar lege ruimtes met aandacht
Geeft haar een podium om in te bijten
Maakt nieuwe jurken voor haar oud geworden lijf
Tekent jonge ogen op haar oude ramen
Laat haar dansen tot de ochtend
Op beloftes van muziek
Laat het verleden weer opleven
Tot ze een toekomst is

Corona (15 maart)

nu de stemmen zijn verstild
en de lampen zijn gedoofd
in de theaters
in de musea
in de massa
nu de redelijkheid de weg kwijt is
niet meer vertolkt en gefilterd kan worden
door kunst
maar een virus onze paden van
troost afsnijdt
we rotondes worden van paniek

nu we naar binnen keren
naar buiten graaien
nu we maskers opzetten
daarmee
ons ware gezicht laten zien

het dierlijke instinct om zich heen bijt
angst muren bouwt van wc papier
en bunkers bouwt van blikken voer
nu overleven geen gewoonte meer is
kruipen oude monsters
uit de spelonken van onze brave glimlachjes
uit de grond van onze brave aangeharkte
tuinen

maar ook
zijn er mensen die een dans aan gaan
met de angst
mensen die de monsters in ons muilkorven
de telefoonlijnen openen voor luisterende oren
er staan mensen op balkons
om troost te zingen voor wie wegkwijnt
die boodschappen dragen voor wie niet dragen kan
mensen die de paden verleggen
zodat we de lente weer zien
tussen alle betegelde regels en angsten door

nies en hoest
in de hoekjes van je zijn
ontsmet elke ontmoeting
steriliseer elke groet
kruip onder een steen tot je geen besmettingshaard meer bent
wacht tot de pestmeesters komen
als je ziek blijkt
en wacht op goedkeuring
in drievoud
om te genezen
dank dan de dokters met oneindig
grote dank
maar genees alsjeblieft
we willen niemand kwijt
of je nu tachtig bent
of twintig
we willen je niet kwijt

Renée maakte nog meer gedichten over de coronacrisis. O.a. twee gedichten die ze voordroeg in de raadsvergadering van 1 april. In het bericht van de gemeente Groningen staat een link naar de videofragmenten van het voordragen van die gedichten.

Mysteries van Helperzoom (21 april, winnaar CBK Kunst op Straatprijs)

hier foerageren
migreren
en leven
twee werelden naast elkaar
op de fietspaden en weg
schieten mensen voorbij
als werkmieren
als honingbijen
als vliegen op autoruiten

een trein raast in de verte over onze diepte heen
elke beweging van ons draagt hoe dan ook wielen
en ongeduld

maar als we stil staan
zien we hoe alles hier zichzelf zaait
hoe scheuten nieuwsgierigheid en nieuwigheid pootjes krijgen
en voelsprieten
hier bouwen ze niet met beton of glas
maar met fotosynthese
en vieren met een confetti van bloemzaad
dat deze lente weer een kakofonie van bloesem, blad
en vleugels is
zie hoe vogels nesten bouwen
in een wereld die draait om vertrekken

hier duikt een nieuw wezen
op en onder
een draak
een mol
een worm
van hazelaartakken
die deze twee werelden in elkaar vlecht
twee perspectieven aan elkaar schroeft
dit wezen is een nakomeling van
de weg en de wortels
van fotosynthese
en de diepte

hier duikt een wezen op
waarin een dialoog blijft groeien
tussen ons
en alles waar wij aan voorbij gaan

zie hoe ze stiekem bladeren
heeft om ons te leren waaien
stiekem takken heeft om ons te herinneren
aan nesten

en ons leert dat je als je duikt
altijd weer ergens boven moet komen

Drieluik (22 april)

deel 1

We wonen in een provincie die al jaren beeft
met huizen op wankele fundamenten
die breuken ophoesten
en nu moeten we schuilen
in onze eigen wankeling

onze angst neemt anderhalve meter afstand
van ons hoofd
uitgestrekte Groningse luchten
waaien nu stof op in ons brein
we moeten buiten zijn
alleen
weg van de muren die ons al die jaren
bedreigden
en nu beweren bakstenen dat ze ons beschermen
het huis is te onbestendig
om nog veilig te zijn
we worden liever gedragen door koolzaadvelden
en klei
fietsen liever
alleen
tegen elke wind in
ook als die nu met ons mee wil waaien
onze kop ervoor

buiten is alles beter
verwaaien ziekte
en zwaarte
tijd doet hier niet mee met onze angst
het groen groeit niet sneller
omdat wij alles willen toedekken
en een grasspriet zal
zich nooit eenzaam voelen
in het veld
de bladeren vallen niet harder
ongeacht het gewicht
van nu
de bloesem neemt haar bloei
even serieus
ongeacht of iemand kijkt

we leren
hier beter van wachten
en zijn

dan thuis
waar alles al zo lang wankelt
en wacht

deel 2

daar zitten we
op balkons die moe worden
omdat ze ons nu dag in dag uit moeten dragen
of in postzegeltuintjes
waar we wachten om verzonden te worden
naar ver van hier
ver van nu
rugzakken en koffers liggen
als vergeten speelgoed op zolders
onze bucketlijstjes en to do lijstjes
komen de deur niet meer uit

in de stad wachten duiven nog steeds op patat
hebben de pleinen ook huidhonger
zijn zelfs de klokken van de martini de tijd kwijt

de stad lijkt steeds meer een cliché western geworden
een spookstad waar je zou willen
dat de kroegdeuren nog na klapperden van een eenvoudige slechterik
die we tenminste konden verslaan
of onder de tafel drinken

maar we trekken hoogstens een flesje ontsmettingsmiddel of handzeep
uit ons holster

en nee niks helpt
behalve thuisblijven
in postzegeltuintjes en op balkons
serenades zingen voor de buren

deel 3

daar zitten we
achter ramen
als droevige vissen
in een te kleine vissenkom

omdat we niet naar buiten mogen
van onze familie
van de zuster
van de dokter
van de minister president

we zijn te oud en kwetsbaar zeggen ze

als het bezoekuur is
lijkt het glas een beetje dikker
een muur bijna

er zwaaien soms mensen in de verte
naar ons
we geloven dat dat onze familie is
ze sturen kaarten
en bellen
en willen dat we tegen een beeldscherm praten

en soms komen kinderen
met kleine vingertjes tegen het raam
dan aaien we even de afdruk
op het glas
en glimlachen
omdat we geloven dat mensen dat fijn vinden

veilig zeggen ze
maar wij denken dat glas breekbaarder
is dan lucht
en dat eenzaamheid
een grafsteen is voor onze tijd

 

De gedichten van Renée voor de uitreiking van de Groninger Cultuurprijs (11 november '19)

 

Gedichten voor de genomineerden van de Groninger Cultuurprijs
In Martiniplaza

 

Fleur van der Bij

Als er een witte Nijl in je stroomt
Probeer die rivier dan maar te vertellen
Waar ze mag stromen en waar niet
Waar de bedding op houdt of begint
Zonder te verdwijnen in de stroming
Van alles dat je mee kan sleuren
Zie dan maar eens te ontkennen
Dat we allemaal drijfhout zijn
Tot de splitsing van levens
En er een blauwe Nijl zonder jou verder
Stroomt
Probeer maar niet te ontkennen waar oorlogen
Een moeras vormen
Waarin de dood naar je terug loert
Een noodlot zonder eerzucht

Schrijf dan maar
Als een zusje je naam roept vanuit die diepte van de Nijl
Schenk de woorden in kommen warm water
Lees de thee voor
Vertel ons over vredesgodinnen
Tot je hoofd weer heelt
Van de rivier
Schrijf dan maar
Zodat wij leren hoe je een rivierbedding kunt verleggen met woorden
Leer ons drijven
In schaduwverdriet

 

Bab-ad-Daar project
Ahmad Abdulwahab

Kijk er komen vogels aan gevlogen
Van ver
Geef ze een plek om te zingen
Of te dansen
Desnoods verhalen te vertellen

Als je ze niet verstaat
Leer dan beter luisteren
Taal is zoveel meer dan woorden
Zie hoe tussen de zinnen door
Herkenning fladdert
Tussen de veren van stilte
Een vogel zoekt

Geef ze de boom van de stad
Zie hoe cultuur onder ze vertakt
Om ze te dragen
Laat ze rusten
Koester de vogels van ver
Want ze brengen nieuws
Ze brengen nieuwe ogen
En nieuwe kleuren
Ze verleggen onze horizon vannacht

Geef ze de boom van de stad
Laat ze zien dat elke tak
Een thuis kan zijn
Geef ze een plek om te zingen,
dansen of te praten
Vertel ze dat wij nieuwe oren
Zullen laten aangroeien
Om ze te verstaan

 

Mohamed Yusuf Boss

Een danser met een glimlach tot aan de maan
Zoveel licht geeft hij
Met die schaduw achter hem
Straalt hij nog steeds
Een rug waarop hij honderden verhalen kan laten dansen
Hoe zwaar ze ook zijn
Zo licht is hij
Hij weeft ze aan elkaar als een web van
moves, beats, theaterstukken
Vangt er een antwoord mee
Hij verzamelt onze eerste begroetingen
Als nachtvlinders
Zoveel licht geeft hij
Hij ziet kleur in ons knullige fladderen
Op een dansvloer
Zijn passen als nectar
Voor wie hongerig is om te dansen
De danser met een glimlach tot aan de maan
Zoveel licht geeft hij

 

Sandra de Groot/ atelier Chaos

Het bewijs dat uit chaos de mooiste dingen kunnen ontstaan
Je vertelt verhalen zonder gezichten
Foto’s zijn slechts voetstappen
Wij zijn gesponnen touwen
Waarop de betekenissen lopen
In de knoop met tijd
Hoe groot is de kans dat onze lijn gespannen blijft
Geknoopt tot we er in kunnen wonen
Tot we accepteren dat
We thuis zijn in
Deze intense chaos
Die zich maar blijft ordenen
Bijna buiten jouw handen om
Waar de regie altijd
Wit blijft
Alsof alles terugkaatst
Op de kijker
Je leert anderen chaos om te zetten
In draden van denken
Pakt ze bij de knoop

 

Noordpoolorkest

Het meest poëtische orkest van het Noorden
Met wat Vasalis in de aderen
Radio in het hoofd
Een big band in de borstkas
Strijkers op de huid
Houtblazers als longen
Blazen adem in
En uit
Tweeënveertig musici
Als één lijf

Met Reinout Douma
Als tovenaar
Die dit wezen van muziek
Tot leven brengt
Laat lopen
Laat dansen
Aan touwtjes van bezieling

Kijk hoe ze ons optillen
Als een reus
Ons boven onszelf
Laten uitstijgen

 

Noordwoord

Ze planten taal in deze de stad
Ze zetten dichters in tuinen
Omdat we daar beter groeien
Zorgen dat er één dichter bladeren geeft aan deze stad
Of laten schrijvers weken
Tot talent ontspruit
Ze laten elk gebeuren groter groeien
Geven elk woord een kluit
Ze zijn de broeikas voor wat wil schrijven
Daar komen mooie boeken uit
Ze verpoten soms wat groot gegroeide schrijvers van ver
Geven ze de aarde van het Noorden mee
Zodat wij even kunnen bewonderen
Hoe groot taal kan groeien
Verzamelen we handtekeningen
Van de grootste bloeiers
Of de sterkste bomen
Lezen de bast
Als een boek

 

De Wijk De Wereld

Een theater
Vol wijk
Vol wij
De wereld om ons heen
is nog nooit zo groots klein geweest
Kijken naar de buren
Op het toneel
Hier vinden we elkaar
Alsof we nog voor onze eigen deur zitten
Zingen samen het lied van thuis
Dansen in elkaars ritme
Luisteren naar elkaars verhalen
Als puzzelstukjes
Elk liedje of verhaal
Een beetje anders
Maar als je maar goed genoeg luistert passen ze precies
Passen we precies
Zijn wij een wijk

Elk talent ontpopt zich hier
Tot de trots van ons allemaal
We groeien zo groot
Als de ander

Kijk
Een theater vol wijk
Vol wij

 

Graspop

Ooit liep een jeugdsoos in Baflo
Wat uit de klauwen
Een biertje meer of minder
Een feestje meer of minder
Een band, een tent
Drie tenten
Het was alsof het feestje zichzelf had voortgeplant
En toen was het festival opeens
Al zo’n beetje achtentwintig jaar oud
Een volwassen typ zou je kunnen zeggen
En geliefd in de omgeving
Het festival was de leukste buurman geworden
Werd bezoek waar iedereen naar uit keek

Een plek waar regionaal talent groeide als gras
Maar ook de grote muzikanten een avondje kwamen buiten spelen

Daar kun je veel woorden aan vuil maken
Heel poëtisch over doen
Maar uiteindelijk
Moet je dat gewoon ervaren
Met de voeten in het gras
Met je kop vol met pop

 

De gedichten van Renée voor de uitreiking van de provinciale sportprijzen op het sportgala (2 december '19)

Later meer...

Lois Abbingh

Privjet
Daar ging je van Frankrijk
Naar het land van de Wodka
Al dronk je liever wijn
Vanaf toen verte, barre tochten over de toendra, taiga en de steppe
Op weg naar een volgende wedstrijd
Een uitgestrekt oneindig land dat
Jou direct aan de borst drukte
Moedertje Rusland benoemde je tot meest waardevolle speelster
Je werd een reddende engel van de sport
In Rostov aan de Don
Terwijl de ballen je om de oren vlogen als kanonskogels
Hield jij het hoofd koel
Bouwde je alles op van links
Jullie werden landskampioen
Spasiba
Gelukkig zijn we jou niet kwijt aan die verte
En kom je ook nog regelmatig uit voor Oranje
Het Noorden is jou nooit vergeten
Al hebben we hier geen toendra, taiga of steppe
Een beetje klei is goede grond om ooit gezaaid te zijn
En wij zijn trots op hoe jij groeide
De grootste werd
Dasvidanja

 

 

Lonneke Uneken

Hoe je de ijzers
Definitief verruilde voor de fiets
Ijs verruilde voor jouw nieuwe weg
En je een eerstejaars bronzen belofte werd
Op dat EK waar alles al zo vol belofte is
Hoe hard glim je dan?
Na de bekroning van jouw jaar
Ben jij een prinses
Op dat zadel
Met pijn in de wielen
Beklom je ooit die berg in Drenthe
Demarreerde en werd nooit meer achterhaald
Terwijl je een sprint wilde maken
Maar het geen optocht naar de streep mocht worden
Kon jij de eer verdedigen
Hoeveel bergen in andere landen zal jij dan nog gaan temmen?
Hoeveel zeges nog op komst?
Als jij je weg kunt kiezen
Het stuur in eigen handen
Nu je de noordelijke districtstitel al mocht dragen
Een ritwinst op de Vismarkt reed
Wacht er vast ooit nog een bekroning
Tot koningin van het peloton
Met de wereld aan je wielen