“Ik loop graag met mijn hoofd in de wolken”, zegt de man met de hoed. Hij staat op een bankje in de stationshal; een groepje mensen dromt om hem heen. De man met de hoed is een dichter, om precies te zijn een spoken word dichter. Mauricio is werkzaam bij Stichting Urban House en staat hier als overtuigd activist zijn werken voor te dragen tijdens Stationspoëzie. Het arsenaal aan optredens, dat elkaar afwisselt en gewoon weer met nieuwe werken van voren af aan begint wanneer alle kandidaten geweest zijn, heeft een groep volledig verschillende dichters.

Er is de veelbelovende Ileen, die zich kwetsbaar opstelt en daarbij alleen maar groter lijkt. Zo vertelt ze bijvoorbeeld dat haar vriendschap of liefde niet vanzelfsprekend is en met respect behandeld dient te worden, als een huis waarin je te gast bent.

Ze wordt opgevolgd door een keurige heer in driedelig pak met poëzie die net een collage is. Daarna volgt een grijze dame met een dragende stem die vol vuur de actualiteit in haar gedichten verweeft. Even zakt ze in: ze is haar tekst kwijt, vlak voor het einde van haar gedicht. Algauw vindt ze haar woorden weer terug, maar de magie is al verbroken – zo snel kan dat gaan.

klein-dichter stationEen andere deelnemer is Richard L. Nobbe, die uit een keurig koffertje zijn opschrijfboeken haalt. Hij dicht over terugverlangen naar je ex-geliefde, mensen die zeuren dat vroeger alles beter was en kenmerkt zich door een levendig optreden met grote handgebaren.
Rechts naast de ingang staat een vijfkoppig gezelschap met gedichten die nogal dadaïstisch aandoen; ze bestaan vooral uit niet-bestaande woorden of lettercombinaties. Als de eerste deelnemer begint met een “Oi! Aiaiaiai!”, staren de luisteraars verbaasd naar deze klinkersirene. In het begin werkt het vooral op de lachspieren, maar na een tijdje went het en beginnen we na te denken over de betekenis. Misschien is het net als een abstract schilderij – het spelletje is om zelf te bepalen wat je erin ziet. Daarnaast valt op dat de gedichten steeds concreter worden wanneer de deelnemers elkaar afwisselen; nummer vier draagt een gedicht voor over de beklemmende angst dat de tijd vergaat zonder dat je haar goed benut, en nummer vijf draagt een gedicht voor over het ongemak van leegte.

Aan het einde volgt er daverend applaus en de groep buigt trots, om vervolgens naar een andere hoek van de hal te duiden. In deze hoek staat het volgende optreden van deze zelfgemaakte carrousel, een zangeres en een zanger-gitarist. Met een soul-achtige vibe hypnotiseren ze het publiek, beide kanten duidelijk genietend. De klanken nodigen uit tot dansen, maar we durven niet omdat we niet de eerste willen zijn, dus genieten we in stilte.

Rachel Raetzer

Foto’s: Henk Veenstra

Woordencarrousel – Stationspoëzie tijdens de Poëziemarathon

Geplaatst: di, 31 januari 2017