“Dames en heren, hooggeëerd publiek”, begint presentator Oscar Kocken. De bomvolle tribunes met fluisterende mensen zijn aan het einde van de zin muisstil. We bevinden ons in het Grand Théatre aan de Grote Markt. Het is de drieëntwintigste editie van de VSB-prijsuitreiking en daar moet goed gebruik van gemaakt worden; men heeft in de samenstelling van het programma dan ook flink uitgepakt. Jules Deelder is als speciale gast uitgenodigd, evenals dansgroep Poetic Disasters Club, en de jury bestaat zoals elke keer uit Grote Mensen binnen de literatuurwereld. Kenners, lezers en liefhebbers maken deel uit van het vijfkoppige genootschap dat aan een tafeltje rechts vooraan zit.

Een welverdiend bravo gaat uit naar de keuze van de kandidaten. Niet alleen de Nederlandse, maar ook de Vlaamse poëzie is uitstekend vertegenwoordigd. De genomineerden van dit jaar zijn niemand minder dan Rodaan Al Galidi, Hannah van Binsbergen, Ruth Lasters, Delphine Lecompte en Nachoem M. Wijnberg. Om er zeker van te zijn dat er geen gasten tussendoor ontsnappen, wordt een van de kapstokken vol jassen en tassen langs de muur omhoog getakeld, tot vermaak van de toeschouwers.

Nieuwe huiselijkheid en Rotterdamse humor

20170126_1230Hooglerares Yra van Dijk verzorgt het voorwoord. De VSB-prijs wordt al uitgereikt sinds 1993 onder invloed van Huub Oosterhuis; de prijs bestaat niet alleen uit €25.000,- , maar eveneens uit een glaskunstwerk – beide worden uitgereikt aan de beste bundel van het voorgaande jaar. In de 134 inzendingen van deze editie viel op dat poëzie, hoewel zeer veranderd in de loop der jaren, nog altijd leeft en bloeit. Uit veel van de inzendingen blijkt dat de actualiteit dichters bezighoudt en dat er behoefte is om hier bewust mee om te gaan in hun werk. Van Dijk: “Enerzijds is er die drang om midden in de tijd te staan, die intense extraversie, anderzijds is er steeds weer die zoektocht naar nieuwe intimiteit en nieuwe huiselijkheid.”

Dan is het tijd voor een optreden van Jules Deelder, die al sinds de jaren ‘60 actief is in de dichterswereld. Hij brandt als rasechte Rotterdammert los met een gedicht over de eetcultuur in ‘zijn’ stad, waaruit Rotterdamse nuchterheid blijkt in de woordkeus en droge humor. Na het gedicht ontstaat er spontaan een korte discussie met een bevlogen toeschouwer en een gesprek met de presentator. Geamuseerd zit het publiek achterover terwijl Deelder spreekt. En spreekt, en spreekt. Bijvoorbeeld over de dat een prijs dankzij Annie M.G. Schmidt aan zijn neus voorbij ging. Deelder probeert in alle beleefdheid te vertellen dat hij niet echt van haar poëzie houdt, zonder het dusdanig direct te hoeven formuleren. Dit lukt half. Maar de vraag of hij haar winst terecht vond, was dan ook een lastige zet van de presentator.

 

Filosofische kwetsbaarheid

20170126_1284De eerste genomineerde die het podium betreedt, is Al Galidi. Hij beschouwt zichzelf niet als intellectueel genoeg om dichter genoemd te mogen worden, terwijl hij binnen de literaire wereld een gevierd poëet is. Echte poëzie is in zijn optiek vaak ingewikkeld en moeilijk te begrijpen. “En zo kan ik helemaal niet schrijven. Ik schrijf van hart tot hart.” Al Galidi heeft het talent om filosofische gedachten te vinden bij het alledaagse. Koelkastlicht, zo verduidelijkt hij over de titel van zijn bundel, heeft iets triests. Waarom bevindt zich in een koude, donkere kast een eenzaam licht? Hij draagt vijf gedichten voor, die variëren van sereen en filosofisch tot humoristisch. Morgen laat horen hoe hij veel nadenkt over zijn rol in de wereld; daarnaast legt hij uit Waarom Nederland geen grote dichter heeft – de inwoners waren uitgenodigd door de Engelsen om Campert te ruilen tegen Shakespeare, maar waren te krenterig om bij te betalen. U hoort het; we hebben onze kans gehad. Zijn laatste gedicht gaat over de VSB-prijs. Eigenlijk wilde hij dit uit voorzorg niet voordragen, maar het publiek krijgt altijd haar zin.

Na Al Galidi is de beurt aan Hannah van Binsbergen. De dappere debutante, die met haar eerste bundel meteen in een prestigieuze finale staat, hoorde het goede nieuws toen ze uit het zwembad kwam. Wanneer de presentator vraagt naar haar werk bij literair tijdschrift Tirade, grijpt ze deze onvoorziene kans om uit te drukken dat de liefde tussen hen nogal bekoeld is. Take that, Tirade – daar zul je wel spijt van hebben nu je ziet waar ze staat. Bij haar voordracht wordt het publiek doodstil. Uit haar bundel Kwaad Gesternte spreekt een somber wereldbeeld, maar tegelijkertijd de hoop en de wilskracht om als mens in deze tijd toch iets op te bouwen. Ook uit een onorthodox liefdesgedicht, opgedragen aan grote liefde Tanja, spreekt deze verhouding: de wereld is een ramp en we hebben geen idee hoe daarmee om te gaan, maar laten we dat alsjeblieft samen doen.

Veelbelovende jongeren en een dichter vol mysterie

20170126_1305Dan kondigt de presentator ineens een wisseling van de wacht aan. De beurt is straks weer aan de kandidaten, nu echter aan het groepje middelbare scholieren dat links voorin aan een tafeltje zit. Zij hebben meegedaan aan de wedstrijd School der Poëzie en mogen als trotse winnaars hun gedichten vanavond voordragen. Het doel van de wedstrijd was een gedicht te schrijven dat geïnspireerd is door het werk van één van de kandidaten. Merel Mathijsen, Froukje Mensonides, Esther Baarda, Grietzen Gaastra en Emma Veuger laten zich door alle aandacht niet van hun stuk brengen en dragen indrukwekkende en veelbelovende werken voor. Wat opvalt, is dat ze stuk voor stuk al een eigen stijl hebben ontwikkeld, maar tegelijkertijd de stijl van de dichter goed weten weer te geven. Merel maakt gebruik van scherpe beeldspraak en vergelijkingen met lichaamsdelen; daarnaast weet ze de introspectieve blik van Al Galidi nauwkeurig neer te zetten. Het werk van Froukje daarentegen is meer observerend en extravert en uit het werk van Esther, geïnspireerd op Ruth Lasters, spreekt een zekere melancholie. Grietzen weet op zijn beurt uitstekend de zoektocht naar identiteit te portretteren die Delphine Lecompte laat zien. De laatste is Emma, die dicht met kracht en helderheid, maar tegelijkertijd een vragende toon aanslaat. Het is te hopen dat we deze veelbelovende jonge dichters terug zullen zien op het podium, want talent hebben ze zeker.

20170126_1344We gaan weer over op de orde van de uitreiking. Ruth Lasters neemt de microfoon en vertelt dat ze vooral veel vanuit bad schrijft. Haar eerste gedicht maakt daar gebruik van door alle minnaars die ze ooit heeft gehad, in één bad neer te zetten, zodat ze haar hele liefdesgeschiedenis kan observeren. De van oorsprong Vlaamse zet je in haar gedichten tot doordenken en doorvragen aan. Waarom is de zeep nou precies blauw geaderd? Waarom wordt er tot bloedens toe geschrobd? Het zal voor de luisteraars misschien altijd een mysterie blijven. Enerzijds is dit jammer, want we willen graag weten hoe dit bedoeld is. Anderzijds maakt dat haar poëzie juist wel spannend. Haar tweede voorgedragen werk is een ode aan de mensheid, waarin zij zichzelf beschouwd als een filantroop op afstand. Een misantroop wil ze zich absoluut niet noemen, maar er is een soort mensen waar ze niet tegen kan: schuinsmarcheerders. Hen leest ze in haar laatste voordracht eens goed de les.

Een uitroepteken waard

20170126_1350De laatste aanwezige die aan de beurt is, is de eveneens Vlaamse Delphine Lecompte. Voorop haar bundel prijkt tussen de titel door het woord “gedichten!”; de keuze voor het uitroepteken heeft voor veel gefronste wenkbrauwen gezorgd. Lecompte legt uit dat het een keuze van de vormgever is geweest – blijkbaar vond die haar werk wel een uitroepteken waard. En dat is het ook; haar voordracht bestaat uit gedurfde gedichten waarin ze zichzelf en haar omgeving blootgeeft. Het wereldbeeld dat uit enkele gedichten blijkt, is bij tijd en wijle deprimerend, maar haar humor, bijzonder ad rem en direct, maakt veel goed. Bovendien heeft ze een intiem portret geschreven over iemand die ze normaal gesproken alleen als fictief personage het toneel laat betreden: een touwslager. Na al die keren dat ze over touwslagers schreef, ontmoette ze er eindelijk echt een.

Kandidaat Nachoem M. Wijnberg kon niet aanwezig zijn en wordt daarom vertegenwoordigd met behulp van een VPRO-filmpje. Terwijl hij tikt op zijn computer en zijn gazon maait, gaat de voice-over-Nachoem onverstoorbaar door met voordragen. Het publiek wordt rumoerig en lacherig. Het is mooi gedaan, daar niet van, maar welk idee hadden dichter en cameraman bij deze keus? Misschien is het een verbeelding van poëzie in het alledaagse. Misschien portretteert het hoe je bent als niemand je ziet. Misschien wil Wijnberg ons juist tonen hoe snel je verbanden ziet die er niet zijn en lacht hij ons vanuit Zuid-Afrika keihard uit om onze zogenaamde diepzinnigheid.

Om de spanning te doen stijgen voordat de winnaar bekendgemaakt wordt, komt er eerst nog een gastoptreden. De Poetic Disasters Club van choreografen Guy en Roni verzorgt een indrukwekkende dans, die modern ballet lijkt te combineren met streetdance. Een woest marionettenleger gaat op de beat voor ons tekeer, maar weet steeds elegant en nauwkeurig te blijven. Dat is een moeilijke balans om vol te houden, maar het lukt ze. Je ziet duidelijk hoe het thema “competitie”, dat nu eenmaal bij een finale hoort, in de dans is verwerkt.

20170126_1415

En dan nu

“En dan nu ….” wordt er verkondigd, maar het is nog niet ‘nu’. Francine Houben, voorzitter van de jury, komt naar voren en draagt de troonrede voor waarop de winnaar straks mag plaatsnemen. Met veel anticlimaxen na een spanningsopbouw houdt ze de spanning bij het publiek erin. “En dan ga ik nu echt speechen.” ; “Daarmee is deze prijs … een bekroning.” Af en toe grijpt Houben de kans om stiekem zichzelf even in de spotlights te zetten, maar algauw gaat ze weer over op de gevierde of te vieren dichters die hier vanavond mogen staan, gekozen uit de honderd beste inzendingen van hoge kwaliteit. Alle kandidaten worden nog even aangestipt: de groteske spiegel van Lecompte, het neerdalende besef en de identiteitszoektocht van Van Binsbergen, de ironie en kilte van Al Galidi, de vlijmscherpe analyse van Lasters en de cultuurhistorische blik op de crisis die Wijnberg ons liet zien. De genomineerden die niet winnen, hebben overigens zeker niet verloren, want hoewel ze niet de eerste prijs kregen, is het toch een grote eer om genomineerd te worden, die hun dichterschap veel goeds zal bezorgen.

20170126_1466Als Houben zegt dat de jury haar blik richt op de toekomst en op een dichter die moed en kwetsbaarheid weet te tonen, daalt het besef neer dat ze een paar zinnen later bevestigt: Hannah van Binsbergen is de winnaar van de VSB-prijs. Een beduusde en overrompelde kandidaat betreedt het podium, die een vlammende laudatio (lofrede) ondergaat, compleet met confetti en camera’s. De jury heeft haar als winnaar gekozen om haar parlando toon, om haar dwingende timbre, om haar associatie met Baudelaire, om haar nergens vrijblijvende inzicht dat jongeren anno nu opgroeien onder een kwaad gesternte. Er worden geen grote gevechten uitgevochten in de bundel, want waarvoor zou je in een tijd als deze nog moeten vechten? Wat rest in deze tijd, zijn de lijnen die je zelf trekt. En de lijn die Van Binsbergen trekt, legt de lat hoog voor de Nederlandstalige poëzie. Ze zegt poëzie te willen schrijven in een moment dat alles verandert; en veranderen gaat er veel nu ze zo onder de aandacht staat. Haar rede sluit ze af met een zin die ze beloofd had te zeggen als ze zou winnen: “Jammer dat Rodaan niet gewonnen heeft.” Weliswaar is de poëzie van Al-Galidi een stuk toegankelijker voor de lezer en weet hij diepe filosofische inzichten op een makkelijk te begrijpen manier te brengen. Maar de jury heeft een weldoordachte en goed beargumenteerde beslissing gemaakt; als je hun redenen hoort, ben je het roerend met hun keuze eens. Er is geen twijfel mogelijk dat Van Binsbergen de toekomstverwachtingen bij deze keuze weet waar te maken.

Verslag Rachel Raetzer. Foto’s: Henk Veenstra

Uitreiking VSB-prijs 2017: “Als ik een begin heb, floept de rest er vanzelf uit”

Geplaatst: za, 28 januari 2017