Het stadsdichterschap van Kasper Peters zit er bijna op. Met pijn in het hart maar wel vele mooie ervaringen rijker. Eind januari geeft hij de pen door. Hij zit nog niet aan tafel of hij begint al te vertellen. Over de oogst van twee jaar stadsdichterschap – minimaal 475 optredens en poëzielessen – en alle deuren die voor hem open gingen. “Wow, elke dag had ik wel iets te doen. Je mag overal komen. Dat is het meest fantastische. Bij een voetbalclub, bij buurtfeesten, straatfeesten, het crematorium, op een privéfeest in een donker zaaltje met André Hazesmuziek. Je kunt het zo gek niet bedenken.”

Twee jaar geleden ging hij in de Nieuwe Kerk helemaal uit zijn dak toen bekend werd dat hij de nieuwe stadsdichter van Groningen was. Hij wist het publiek direct in te palmen met zijn ontwapenende stijl en onstuitbaar enthousiasme. Groningen hield van deze stadsdichter en de liefde was wederzijds. “Poëzie zit in de genen van deze stad. Je vindt het in kleine kroegjes, op scholen of zelfs op een schlagerfestival waar ik samen met Nick en Simon aan een tafeltje heb zitten eten. Ik ben echt trots geworden op de stad. Wat me het meest is opgevallen, is dat we in een stad wonen waar mensen zoveel voor elkaar over hebben. Dat mensen elkaar steunen gewoon omdat ze op dezelfde plek wonen. Het doet wat vreemd aan: trots zijn op een stad. Maar ik heb gezien hoe mensen keihard knokken voor daklozen, verslaafden, patiënten in de Mesdagkliniek. Ik heb gewerkt met de Groninger Kredietbank – echt mijn favoriete instelling -, ik heb een gedicht geschreven met de dames van het inloophuis voor kankerpatiënten. Als men eens wist hoeveel mensen hier zonder enig eigenbelang er voor anderen zijn. Man, wat een rijkdom heb je dan.”

Het stadsdichterschap heeft het werk van Kasper Peters duidelijk verrijkt. Niet dat hij een onbekende was voordat hij deze eretitel mocht dragen. Hij was als brommerdichter al een goede bekende op scholen en kon leven van zijn werk als dichter, maar hij kreeg de afgelopen twee jaar wel meer zelfvertrouwen en veel nieuwe impulsen. Vorig jaar stond hij tijdens het Let’s Gro Festival drie dagen op de Grote Markt en schreef samen met buurtbewoners een gedicht over hun wijk. Dertien werden het er. “Het waren misschien niet de meest geniale gedichten maar het was wel heel leuk om te doen.” Ieder mens heeft wel iets eigens waarover hij kan dichten, is zijn adagio. “Bij de Mesdagkliniek ging het veel over het wachten, het kunnen loslaten van je agressie en frustratie en je – gedeeltelijk – neerleggen bij je situatie. In het afkickcentrum ging het over hoe mensen er voor je zijn, ondanks alle ellende die je hebt veroorzaakt. Iedereen begint vaak met grote thema’s als leven, dood en de liefde, maar wanneer je dichter bij jezelf blijft, worden gedichten verrassender en sterker.”

Kasper Peters schreef als stadsdichter 35 gedichten. Het meest trots is hij op zijn nieuwste gedicht, geschreven voor de herdenking van de Kristallnacht dat hij op 9 november gaat voordragen. Maar ook ‘Spleen’, geschreven voor het zilveren jubileum van het Tschumipaviljoen, is een van zijn persoonlijke favorieten: “Op weg naar huis word/ je achtervolgd door een gebouw/ dat niet in de weg wil staan…”

Hij stond aan de wieg van de jaarlijkse Driekdag in Café De Wolhoorn, ter nagedachtenis aan light-verse-dichter Driek van Wissen. Samen met noordelijke dichters, schrijvers en zangers trok hij door het land met zijn project Voor Buiten Noord – van Assen tot Breda. “In een busje, met Bill Mensema als drijvende kracht, omdat hij zo’n goede chauffeur is.” Hij is naar eigen zeggen een ‘rupsje nooitgenoeg’ en geniet overduidelijk van het stadsdichterschap.

Eind januari draagt hij het stokje over. Is hij niet bang voor het spreekwoordelijke zwarte gat? “Mmm. Eerlijkgezegd wel. Wat valt er allemaal niet weg. Het zijn misschien kleine dingetjes als een buurtfeest of een jubileum, maar die uitnodigingen zullen minder vaak komen. Dat soort opdrachten hoor je aan je opvolger te geven, hoe graag je het zelf nog zou doen. Ik ga wel door met de Driekdag en vraag de nieuwe stadsdichter erbij. En ook het project Voor Buiten Noord kan de nieuwe stadsdichter weer oppakken, want er is bij de gemeente nog een noodpotje met benzinegeld.”
Zelf heeft hij zich voorgenomen om zich meer als kinderdichter te profileren: “Het is steeds duidelijker dat ik kindergedichten schrijf. Dus laat ik doen wat ik echt mooi vind en waarin ik steeds beter word.”

Zijn tip voor zijn opvolger: ben toegankelijk en wees zichtbaar. “Zichtbaar ben je eigenlijk automatisch als stadsdichter. Er zijn zoveel mensen met ideeën die je ergens bij willen betrekken. Daar sta je versteld van. Ga vooral gewoon aan de slag, en geniet.”

Guus Termeer

Stadsdichter Kasper Peters: ‘Man, wat een rijkdom heb je in deze stad’

Geplaatst: ma, 14 november 2016