De kinderafdeling van de bibliotheek zit vol met bezoekers. Kinderen fluisteren en giechelen terwijl hun ouders aandachtig naar het podium kijken. Op dat podium staan de Kinderdichters uit de wijde omtrek hun verhalen te vertellen – ze toeren vandaag door verschillende bibliotheken in de provincie en nu is de halte Groninger Forum Bibliotheek aan de beurt. De artiesten zijn niet alleen kinderen die dichten, maar ook volwassenen die voor kinderen dichten. Oud-kinderdichter van Groningen Jacco Hage en nieuw kinderdichter van Groningen Marrah van der Heijden nemen het voortouw en vallen direct op door hun frisse blik en gevatte metaforen. Je zou verwachten dat het een beetje griezelig is om een kind een heel diep en filosofisch gedicht te zien voordragen, maar de dichters brengen hun poëzie als een boterham met hagelslag. Ze hebben het over dingen waar je lang over na blijft denken, maar verwoorden die alsof het iets makkelijks is. Niet dat deze werken simpel zijn – “Het doek schuift het onmogelijke open […] Er spelen mensen / Ze worden elke seconde ouder”, doe dat maar eens na. Het fijne is dat de gedichten van Hage en Van der Heijden juist in hun eenvoud de wonderen van de wereld weten te vatten, zonder een moment pretentieus te zijn.

De voorstelling lijkt georganiseerd te zijn rond het thema ‘theater’. Misschien is dat van tevoren uitgelegd, maar ik ben wat later komen binnenvallen. Dat lijkt niet erg te zijn; iedereen is veel te druk aan het kijken en luisteren om een laatkomer op te merken. Meerdere dichters dragen werk voor over toneel, theater, een rol spelen of een masker opzetten. Wat opvalt, is dat ze het perspectief in enkele regels van heel groot naar heel klein kunnen verschuiven. Tessa Bakker, de Kinderdichter van Haren, brengt “Zaterdagmiddag” ten gehore, een soort kijkdoos over alles in en om het toneel. Tussen alle personages in haar gedicht die in rep en roer zijn, weet ze de tijd stil te zetten bij een zangeres. Tom Withaar, Kinderdichter van Zuidhorn, draagt het raadselachtige “Alleen maar stemmen” voor, een gedachte-experiment over een theater waarin je alleen de stemmen van de acteurs hoort. Wat zou er gebeuren als je dat zou doen? Niemand ziet de kostuums en decors, de mimiek en bewegingen. Al het talent van de acteurs zal vanuit hun stem moeten komen.

Grote kinderen Kasper Peters, Remco Ekkers en Kees Spiering zijn ook van de partij. Kasper Peters brengt in zijn gedicht “In welk toneelstuk sta je morgen op” het theater tot leven in de alledaagse wereld. Remco Ekkers vertelt ons over Achmed, ‘bijna-Nederlander’, en brengt daarmee een interessante blik op de Nederlandse maatschappij, die doet denken aan het boek Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan al-Galidi. Kees Spiering komt uit weer een totaal andere hoek en dicht met een luide “BAM!” op tragikomische wijze over een verkeersongeluk. Het lijkt een klein moralistisch steekje: goed opletten op straat kinderen, dat moet ook geleerd worden. Wat natuurlijk ook waar is.

Als laatste is de beurt aan Corien Oranje. Deze volwassen dichteres begeleidt haar gedicht met een poppentheater, verzorgd door Tessa Bakker en Josca Baar. Het gedicht “Een keurige jongen”, zeer ritmisch en muzikaal gebracht, is het Annie M.G. Schmidt-achtig relaas van een jongen die zich overdag voorbeeldig gedraagt (“een tien voor gedrag […] en aardig voor oma’s”), maar ‘s avonds in het theater, door in de huid van zijn personages te kruipen, pas echt zichzelf kan zijn (“geen oma is veilig”). Deze voor veel acteurs en dichters ongetwijfeld herkenbare ‘voorstelling’ is een spetterende afsluiter van het geheel. Veel tijd om de lof in ontvangst te nemen hebben de dichters echter niet – nadat iedereen nog eens op het podium is gekomen om te buigen, wordt er haastig ingepakt. In Haren wacht namelijk het volgende publiek.

Rachel Raetzer, RUG Huisdichter 2017-2018.

Foto’s: Henk Veenstra

Poëziemarathon: De kleine groten op het podium

Geplaatst: do, 8 februari 2018