De tweede activiteit van de Poëziemarathon vond woensdagavond 25 januari plaats in Galerie Aanblick in Haren. Voor de vierde maal presenteerden dichters zich in het knusse achterzaaltje van de galerie. De programmering was dit jaar in handen van Jan-Willem Dijk die zijn collega’s Esmé van den Boom, Henrike Vellinga, Joost Oomen, Sacha Landkroon en Irene Wiersma had gevraagd hem te vergezellen. Muziek was er van Robert Jan van der Veen die gewapend met dwarsfluit voor enkele rustige momenten zorgde.

DSC_0269Henrike Vellinga, de jongste van de jonge dichters, mocht aftrappen. Ze was lid van de Dichtclub van de Kroeg van Klaas en won meerdere malen de poëziewedstrijd Doe Maar Dicht Maar. Inmiddels studeert ze buiten Groningen en is er wat minder tijd voor poëzie. Haar recentste gedicht is een tweeluik over de steden Bratislava en Boedapest. In de eerste stad worden de blote knieën nog met een tas bedekt als een monumentale kerk bezocht wordt, maar in Budapest is er sprake van een ander soort schaamte als de vluchtelingen worden beschreven die in de stad bivakkeren. Sacha Landkroon, de oudste van de jonge dichters, schreef ook over de vluchtelingencrisis en verwijst naar de beruchte scene waarin een Hongaarse journalist een vluchteling tackelt voor de draaiende camera’s. Joost Oomen is wat harder en sluit in een gedicht de ‘kloten van politieke tegenstanders aan op dieselaggregaten’. Het ouderschap komt gedurende de avond meerdere malen om de hoek kijken: Landkroon verhaalt over de geboorte van zijn liefdeskuiken en Jan-Willem Dijk heeft een korte cyclus over hoe zijn zoontje zich verstopt door de handen voor z’n ogen te houden. Irene Wiersma draagt recent en ouder werk voor over paarden die pinken afbijten en herten in verlaten villawijken. Ondertussen werkt ze aan een roman en album die onder de naam Vijftien zullen verschijnen, dat zal een voortzetting zijn van haar voorstelling Vijftien die ze enkele jaren geleden op Noorderzon speelde.

DSC_0280Tijdens de voordracht van Vellinga vragen enkele mensen in het publiek of ze iets harder kan voordragen, ze zijn tenslotte al oud en ze willen de clou niet missen. Vellinga gaat er goed op in en Jan-Willem Dijk maakt er al snel grapjes over als hij een gedicht voordracht over ouderen die ‘dat is wel grappig’ zeggen terwijl een situatie helemaal niet grappig is. Als Esmé van den Boom vertelt over de angst dat iemand rotte eieren tegen haar raam gooit krijgt ze van iemand uit het publiek het advies om de ramen dan met koud water te wassen. Talloze onderwerpen komen gedurende de avond aan de orde: Dijk draagt een gedicht voor als eerbetoon aan Gerrit Kouwenaar en Vellinga vertelt hoe een verhaal over Walt Whitman en Allen Ginsberg als inspiratiebron diende. Van den Boom heeft het over fietsen door Duitsland, Oomen over een opoefiets in een Spaans dorp en Dijk weer over een Deense kunstenaar die een huis schilderde dat hem vanuit een rijdende trein opviel.

Joost Oomen sluit de avond af met de klassieker ‘Een blok cement op zolder vinden‘. Waarna Robert Jan van der Veen een laatste keer van zich laat horen en een mooi opgebouwd muziekstuk speelt met een hoofdrol voor een uil. Nadat iedereen uitgebreid bedankt is wordt de bar geopend en kunnen de dichters zich voorbereiden op de andere optredens waarvoor ze geboekt zijn.

Foto’s en tekst: Maarten Praamstra

Poëzie in de galerie: wassen met koud water

Geplaatst: do, 26 januari 2017