Het is 20:00 uur en de donkere kelder van de Groninger Forum Bibliotheek heeft zich langzaam gevuld met literatuurliefhebbers. Er hangt iets in de lucht, een Groot Gebeuren. Het publiek wordt stil. Op het podium zit, naast hoogleraar in de psychologie Douwe Draaisma, Nelleke Noordervliet, grande dame van de Nederlandse literatuur. Ze is één van die vrouwen die uitstralen dat ze gelukkig oud zijn geworden. 70 jaar is ze inmiddels. Die nacht zal ze 71 worden, maar daar besteed ze liever niet teveel aandacht aan. Toch is ze nog uiterst productief. Haar nieuwste roman Aan het eind van de dag gaat over de worsteling die het schrijven van een biografie kan zijn. “Een gevaarlijk genre,” stelt Noordervliet. Draaisma wijst haar op haar goedgekozen taalgebruik, waarin veel woorden uit jaren 50 en 60 terug zijn te vinden, zoals ‘tipsy’ en ‘step-in ondergoed’. Een feest van herkenning voor het natuurlijk toch wel voor het overgrote deel grijze publiek, dat buldert bij de herinneringen aan die goeie ouwe tijd. Ik lach mee, ook al ben ik met zeker 30 jaar voorsprong de jongste in de zaal.

De vragen van Draaisma leiden tot vermakelijke steekspellen met Noordervliet, waarbij zij de ene oneliner na de andere de zaal in vuurt. “Alleen in fictie kun je een mens waarlijk benaderen,” zegt ze al na zo’n 10 minuten. Waarop Draaisma droogjes opmerkt dat ze bij zo’n mooie afsluiter niet zo snel al kunnen uitkomen. Maar het gesprek leidt tot een boel wijze levenslessen over ouder worden, die Noordervliet met een enorme rust en zekerheid verkondigt. Ze praat over ons geheugen dat we zelf construeren, over eerlijk zijn naar jezelf, over samen oud worden in een huwelijk – zelf is ze reeds 45 jaar getrouwd – en over het probleem van relaties op latere leeftijd. Daar zit ze dan, met al die wijsheid, haar gedistingeerde uiterlijk en haar spierwitte haar, als een ware grande dame blanche. Ooit hoop ik oud te worden zoals zij. Of er ooit een biografie over haar geschreven wordt? Kleine kans. “Ik heb niet zo’n interessant leven gehad, ik ben schrijver,” stelt Noordervliet. Waarop Draaisma dan weer nuchter antwoordt: “Is dat niet gewoon een vrouwendingetje?”

In de Wolters-Noordhoffzaal vindt vervolgens een gesprek plaats over een andere grande dame, namelijk de in Groningen geboren schrijfster Josepha Mendels (1902-1995), die er een flamboyante en feministische levensstijl op nahield. Samen met biografe Sylvia Heimans en de jonge debutante Roos van Rijswijk reconstrueert presentatrice Annette Timmer het leven van Mendels, waarmee opnieuw de thema’s van de biografie, het leven en ouder worden voorbijkomen. Als verrassing is ook Eva Cossée aanwezig, die bezig is het oeuvre van Mendels opnieuw uit te geven. Ook al zo’n grande dame. De jonge Van Rijswijk komt er helaas nauwelijks tussen, maar heeft nog wel één mooie levensles voor me, die ze heeft geleerd van Mendels, die als bejaarde dame nog een carrière als actrice begon: “Het is niet allemaal klaar na je 25e.”

Na al die levenslessen ben ik wel even toe aan de nuchterheid van Dylan-vertaler Erik Bindervoet en cabareteske muzikant Melvin Bonnet. Bindervoet legt uit waarom die Nobelprijs wel echt terecht was, maar doet goddank ook niet meer dan dat. Waarschijnlijk weet hij dondersgoed dat daar alles inmiddels al wel over is gezegd. Behalve door de beste Dylan zelf dan. In plaats daarvan geeft hij het grootste deel van de spreektijd aan Bonnet, die met een onvervalste Hollandse nuchterheid vertalingen van Dylans ‘kutliedjes’ zingt. Dat het her en der een beetje vals klinkt, vergeef ik hem wanneer hij ook zijn eigen nummers ten gehore brengt. Ik lach mezelf weer luchtig met zijn duistere grappen over fitchicks en PVV-kinderen. Maar wanneer hij de vertaling van Forever young zingt, “zorg dat je nooit bejaarde wordt”, ben ik het niet met hem eens, na alle prachtige levenslessen die ik vanavond al heb mogen horen.

In de foyer staat een lange rij voor de koffiebar. Tijdens het wachten vang ik een gesprek op tussen Ernest van der Kwast en Erik Jan Harmens, die praten over het ouderschap. Ze praten over een subtropisch zwembad in Assen, leuk voor jong en oud. Over hoe moeilijk het is, opgroeiende pubers. En over hoe leuk het allemaal weer wordt nadat ze 18 zijn geworden.

Tijd voor jong bloed. Theo Hakkert interviewt de twee bejubelde debutantes Judith Eykelenboom en Roos van Rijswijk. Er wordt vooral gepraat over het proces van het schrijven en de angst om geen inspiratie meer te hebben. Van Rijswijk maakt reclame voor het Zakkenmuseum in het Duitse stadje Nieheim, de plaats waar het idee voor haar roman Onheilig ontstond. Dat leverde haar toch maar mooi de Anton Wachterprijs op. Het interview is nog wat braafjes, maar wie weet zijn dit de grandes dames van over een paar decennia.

Ik sluit mijn avond af bij iets veel minder braafs, namelijk Ilja Leonard Pfeijffer en Erik Jan Harmens, die samen de bundel Duetten schreven. Ik zag ze in augustus al samen op Het Tuinfeest, toen de bundel nog maar net een dag gedrukt was. Was hun performance toen nog wat ingetogen en onwennig, nu zijn de heren – naast elkaar een leuk contrast – al duidelijk veel meer op elkaar ingespeeld. De twee wapenbroeders in de strijd om een (ver)beter(d) leven vuren onverschrokken hun rauwe, plastische duetten de ruimte in. Kritisch, doorspekt van cynische humor, maar uiterst openhartig. Bij vlagen klinken de rijmwoorden wat onwennig, maar de beeldspraak waarmee ze de zwarte kanten van het leven weten te beschrijven is raak. Ik denk terug aan het gesprek van Harmens wat ik opving bij de koffiebar. Uiteindelijk kom het allemaal wel weer goed, gelukkig. Wat voor grote dingen er ook gebeuren, uiteindelijk is ouder worden zo slecht nog niet.

Mirjam Deckers is studente Kunsten, Cultuur en Media en Wijsbegeerte aan de RUG. Opgegroeid in de boekenstad Deventer, in een gezin van bibliothecarissen, zit de liefde voor literatuur in haar bloed. Ze deelt haar bevindingen graag met SLAG.

Foto’s: Henk Veenstra