Het is vandaag (10 november) een jaar geleden dat Nanne Tepper overleed. De man die nog maar net Abraham had gezien en in 1996 de Anton Wachterprijs kreeg voor zijn debuut De eeuwige jachtvelden, was een man waar veel over gepraat werd. Zelfs nu nog op Het Grote Gebeuren. Louis Stiller gaat namelijk met Albert Hoogeveen (boekhandelaar en vriend) en Wouter Godijn (auteur en vriend) in gesprek over Nanne Tepper, de man van een klein, maar indrukwekkend oeuvre.

Stiller informeert eerst over het begin van de vriendschappen. Godijn woonde bij Tepper in huis tijdens zijn studententijd. Dat is zo rond 1982 geweest. Stiller merkt meteen op dat het dan nog wel erg lang geduurd heeft voordat Tepper ging debuteren (namelijk in 1995). Dat heeft te maken met zijn sterke en zwakke kanten, reageert Godijn. Hoogeveen die Tepper vaag vanuit de boekwinkel kende en Teppers debuut met verrukking gelezen had, spreekt over de “verloren periode”, de tijd dat hij zijn demonen aan het bestrijden was, streed tegen gekte en aan de drank raakte. Het heeft ook met een mythe te maken: er is een vuistdik boek. Dat boek had Teppers debuut moeten worden, maar het schijnt begraven te liggen nabij de Rocky Mountains.

Gelukkig heeft Tepper dat nooit met zijn kleine oeuvre gedaan. Hoogeveen merkt op: “Tepper was geen oeuvrebouwer.” Hij haalt daarbij Gerard Reve aan die een zeer sterke invloed gehad heeft op Tepper. “Je moet een schrijver beoordelen naar zijn hoogtepunten.” Tepper was niet een legkip die elk jaar een nieuw boek schreef. Hij wilde een meesterwerk schrijven, maar zijn schrijflust nam af door Prozac en ontnuchtering van verdovende middelen. Hij legde de lat te hoog, is de teneur van wat Godijn en Hoogeveen noemen. Daar kon Tepper niet mee leven en daarom beroofde hij zichzelf van zijn leven, precies een jaar geleden.

Ik noemde Reve al even. Dat is degene die met zijn zenbrieven (Op weg naar het einde en Nader tot U) de grootste invloed gehad heeft op het romantisch-decadente werk van Tepper. Atte Jongstra is ook veelbetekenend geweest, al zou Tepper dat nooit beamen. In de internationale literatuur was vooral Nabokov invloedrijk, misschien wel (of juist wel) vanwege zijn incestueuze en lolitaëske thematiek die ook terugkomt in De eeuwige jachtvelden. Een laatste idool van Tepper is Johan Cruijff. Tepper was een voetballiefhebber. Er hing een brief van Reve bij zijn bureau, een foto van Nabokov en een foto van Cruijff. Die laatste werd wel eens weggehaald, zo vertelt Hoogeveen, als Cruijff een verkeerde beslissing had genomen in de ogen van Tepper.

Stiller vraagt als laatste hoe Tepper herinnerd zal worden. Hoogeveen zegt dat hij continu herontdekt zal worden. Hoogeveen zegt op mysterieuze wijze ook nog dat het meesterwerk van Tepper nog moet komen: de enorme verzameling brieven. Tepper is daarin een groots stilist, een flirt, authentiek (waar vele andere schrijvers dat niet zijn), zeer reviaans, literair en puur. Ter afsluiting leest Hoogeveen een van de brieven aan Marc Kregting voor. De impressie die de brief geeft, sluit volledig aan bij het beeld dat we hebben van Reves brieven. Tepper is echter geenszins een epigoon.

Tepper is een vreemde eend in de literaire bijt door zijn oorspronkelijke stijl, zijn aversie jegens het Amsterdamse, literaire establishment en zijn mythes. Hij gebruikte geen ironie, juist om de eerder genoemde stijl te versterken. Tepper was een einzelgänger. En met dit vraaggesprek tussen Stiller en Hoogeveen en Godijn blijft de man die herinnerd wilde worden in een aantal meesterwerken, toch nog levend. Nu is het wachten op de verzameling brieven die uitgegeven moet worden.

Op de website van Glasnost staat een interview dat Louis Stiller tijdens het festival is afgenomen.

Geschreven door Obe Alkema (Dichter, recensent en hoofdredacteur van de Literatief, het verenigingsblad van Literair Dispuut Flanor).
Foto: Stef Driesen.

Het Grote Gebeuren: Nanne Tepper – “een vreemde eend in de literaire bijt”

Geplaatst: zo, 10 november 2013