Boeken lees ik meestal in stilte, alleen, in een hoekje waar niemand me komt storen. Samen lezen, dat doe ik slechts in leesgroep-verband, maar dan praat ik over een tekst die ik geheel geïsoleerd tot me heb genomen. De schrijver spreekt tot mij en dan praat ik wel verder.

Bij Het Grote Gebeuren wordt mijn hele boeken-beleving op zijn kop gezet. Niks geen eenzame opsluiting, met honderd anderen sta ik in de foyer, waar we ontvangen worden door Mijke Pol bij Big writer is watching you. Wat ze aan haar piepkleine bureautje schrijft, wordt achter haar geprojecteerd op een groot scherm. Daar kun je dan jezelf “teruglezen”. Hoe gek is het om dat verschijnsel dan weer te beschrijven, terwijl ik recht tegenover haar zit. Het is net alsof Mijke af en toe een vraag stelt via het scherm, en als iemand haar juist iets vraagt, dan is dat antwoord ook alleen te lezen. Het is een mysterieus geflirt met het woord – en met de werkelijkheid: niet alles is helemaal waar – maar dit is het land van de fictie, dit is de bibliotheek. Vanavond mag het.

Vanavond mag wel meer. In de bibliotheek voelt het allemaal heel open en toch intiem. Schrijvers en publiek, alles loopt door elkaar, komt elkaar steeds weer tegen, men klopt elkaar op de schouders, schudt handen en stelt zich aan elkander voor. Het is ook niet moeilijk om het gezellig te hebben als er overal lekker eten en drinken is, en er ondertussen ook nog fijne muziekjes van Swoolish ronddwarrelen. Dat het programma nu allemaal op één avond is, geeft een gevoel van drukte, maar ook van een echt festival. Maar het is meer dan dat, het is een feestje.


Wél een beetje een gek feestje, waarbij je ook in de krochten van de bibliotheek een kijkje neemt – bijvoorbeeld in een klein kamertje in de kelder, bij de spookverhalen van Sidderen, waar alleen de schrijvers een lamp op het hoofd hebben en het publiek in het donker op kussens moet zitten. Of in de postkamer bij Man & Post met Anton Valens. Hij maakt brieven open van mensen die al dan niet aanwezig zijn in het publiek. De brieven liggen in flinke postzakken in het midden van de kring. Anton Valens scheurt ze nog vrij trefzeker en onbevreesd open. “Net Sinterklaas”, hoor je links en rechts. Maar het is meer een therapiesessie. Waar in Het boek Ont volgens Valens al gevreesd wordt voor brieven met “alledaagse, lullige sores”, is het hier een stuk heftiger.

Het betreft brieven over oorlog, over verwekking, over levensmoeheid. We kunnen gelukkig nog samen lachen, en dat durven we ook wel: “Beste oom Gerrit. BOEM. Dit is een bombrief. Bent u mijn vader?”. Maar samen verdriet hebben, daar komt de groepstherapie nog te vroeg voor. Wel durven we af en toe advies te geven: “zo snel mogelijk openmaken”, of juist “iemand anders laten openmaken”. De kracht van het geschreven woord is groot en beangstigend in de kleine kamer, helemaal boven in het gebouw.

Drie trappen naar beneden, naar het programmaonderdeel Verleden, welk verleden? Aan een tafel zitten Auke Hulst, Laura Starink en Marjoleine Oppenheim met interviewer Mathijs Deen. Auke Hulst wordt maar direct aangekondigd als kersverse prijswinnaar van het Beste Groninger Boek in de categorie Fictie. Daar ligt spanning: Kinderen van het ruige land is tegelijkertijd een autobiografisch verhaal. Auke Hulst spreekt over de stilering van de werkelijkheid, om details weg te laten die een verhaal misschien wel dichter bij de werkelijkheid laten komen, maar verbloemen waar het om gaat.

Gedurende het hele gesprek zien we parallellen tussen de auteurs, maar juist ook interessante verschillen. De methode van Hulst is eigenlijk tegenovergesteld aan de methode van Marjoleine Oppenheim, die juist vanuit de kleine gewoontes van het gezin zocht naar het verhaal van haar moeder. Maar de moeder als motor van het verhaal, dat zien we ook bij Starink en Hulst weer terug. Zo verschijnen contrast en overeenkomst en lopen ze ook langzaam in elkaar over.

En snel weer door, naar Denkend aan Groningen, waar vier auteurs herinneringen ophalen aan hun Groningse tijd. Voor mij voelt het allemaal als een warme kop chocolademelk: Bekend, maar zo ontzettend fijn en verkrijgbaar in oneindig veel verschillende varianten. De ervaringen van Groningen zijn zo uiteenlopend, maar vaak is het een feest der herkenning. Bert Wagendorp noemde de Groningse sfeer “losgeslagen”, maar zei ook “ik heb nooit zoveel gelachen als in de tijd dat ik hier doorbracht”. De schrijvers kennen allemaal Groningen als een plaats waar ze het moeilijk hadden, maar ze zijn duidelijk blij om terug te zijn. Ellen Deckwitz steelt met gebruikelijke charme en humor de show, terwijl ze in kleermakerszit vanuit haar fauteuil het publiek betovert met haar gedicht over razen door de stad. Aan het einde is het publiek nog even stil, voor het durft te klappen.

Stil is het ook bij terugkomst bij het trappenhuis, waar Auke Hulst, die behalve mooie boeken ook mooie, vertederende, Nederlandstalige liedjes schrijft, zingt met alleen zijn gitaar. Ik luister zo aandachtig dat ik helemaal vergeet om iets op te schrijven, dus veel kan ik er niet meer over zeggen, behalve hoe mooi het is.

Maar hoe stil het soms ook wordt, stil als lezen in je eentje is het nergens. Feestjes gaan nu eenmaal gepaard met gezelschap en gesprek, en zeker een feest van het woord. Het was veel, het was vol en het was heerlijk. Volgend jaar weer, alsjeblieft.

Esmé van den Boom

Het Grote Gebeuren: BOEM. Dit was een feest in woorden en (soms) in stilte

Geplaatst: di, 5 november 2013