Waar het normaal muisstil is in een bibliotheek, verandert deze plek tijdens de avond van Het Grote Gebeuren in een literaire kakafonie. In verschillende zalen, hoekjes en cafés zijn optredens te bewonderen van allerlei schrijvers en dichters. Beginnende auteurs nemen plaats voor de debutantentrap, terwijl de gevestigde namen in leescafé Belcampo hun werk voordragen. Die laatste groep mag ook nog haar zegje doen in één van de discussies over literatuur. Door het volle programma ontstaat er wellicht positieve keuzestress onder de bezoekers.

Mijn avond begint met Maud Vanhauwaert. De Vlaamse dichteres trakteert de zaal op een unieke performance. Haar onopvallende verschijning contrasteert met de energie en passie waarmee ze het publiek bespeelt. We mogen gerust weggaan als we dat willen, maar dan moeten we wel vertellen waarom: Vanhauwaert schept een prettige spanning. Haar gedichten en vele anekdotes in proza zijn vaak komisch, maar bevatten ook een diepere laag over uiteenlopende onderwerpen als taal, eenzaamheid en maatschappelijk belang. Als kind poseerde ze voor de wereldkaart, maar staat ze nu nog voor de wereld? Vanhauwaert is charmant, eigenzinnig en grappig: een veelbelovend talent, kortom.

Daarna sprint ik naar het Belcampo leescafé voor een voorleessessie van Renske de Greef. De ex-NRC Next-columniste en romanschrijver is één van de topaffiches, en het café zit dan ook goed vol, met opvallend veel jonge mensen. Renske houdt een bloemlezing uit haar oeuvre: columns worden afgewisseld met fictief proza en zelfs een gedicht. Haar werk is een mooi voorbeeld van hedendaagse auteurs die over de beslommeringen van hun generatie schrijven en het plezier en ongemak dat daarmee gepaard gaat. Vanavond vertelt ze bijvoorbeeld over babykleertjes, konijnen en een ex-vriendje, met als belangrijkste conclusie: verliefdheid is desastreus voor het verstand.

Renske wordt afgelost door de nog jongere Thomas Heerma van Voss, die op zijn achttiende debuteerde en inmiddels twee romans en een verhalenbundel heeft geschreven. Over dat laatste boek wordt hij geïnterviewd door Lilian Zielstra, die met haar vragen het schrijfproces en de intenties van de schrijver probeert te achterhalen. Thomas is erg op zijn hoede en laat niet al te veel informatie los, waardoor het gesprek wat stroef verloopt. Hij lijkt meer in zijn element wanneer hij een mooie passage voorleest uit zijn nieuwe bundel, over een jongen die op het sterfbed van zijn vader herinneringen aan hem ophaalt.

Tussen de bedrijven door heeft het publiek de gelegenheid om een luxe koffie of thee te drinken in de foyer. Ook zijn daar enkele literaire randactiviteiten, zoals een kapsalon waar je het kapsel van je favoriete auteur kunt laten knippen, hetgeen gretig aftrek vindt. Bij de literaire tatoeageshop ernaast is het aanzienlijk minder druk. Verder vinden in de foyer enkele interviews plaats met de genomineerden voor het Groninger Boek van het jaar, maar deze gesprekken sneeuwen vanwege de haperende techniek en het luide rumoer volledig onder. De organisatie doet er goed aan dergelijke programmapunten op rustigere locaties in te plannen.

Ook bij het optreden van broeder Dieleman in de nabijgelegen gang is het geklets te horen. De zanger krijgt het echter voor elkaar om met zijn a capella gezang het rumoer te overstijgen, waarvoor hulde. Dieleman speelt bluegrass-achtige liederen op zijn banjo, die hij voorziet van teksten in het Zeeuws-Vlaams. Terwijl hij dromerige melodieën tokkelt, zingt Dieleman zijn melancholische teksten over de natuur, zijn oma en bij uitzondering een liefdesliedje. Hij interacteert vrolijk met het publiek, maar brengt zijn muziek met gepaste ernst en concentratie. Bijzonder mooi is zijn compositie ‘Genade Genoeg’, volgens eigen zeggen een traditional in the making.

Tot slot bezoek ik het gesprek tussen Ronald Ohlsen en Ilja Leonard Pfeijffer over La Superba. Allereerst neemt Pfeijffer met zichtbaar plezier de Tzum-prijs voor de mooiste zin in ontvangst. Het is een passende inleiding voor een zeer geanimeerde conversatie over de conceptie van Pfeijffers roman en de betekenis ervan. De twee spreken over de verhouding tussen feit en fictie, de aantrekkingskracht van Genua en over migratie als belangrijkste thema. Tussendoor draagt Pfeijffer enkele passages voor met zijn prachtig timbre. Het is een informatief en amusante discussie tussen twee bevlogen literatoren, die bijdraagt aan de rijkheid van Pfeijffers schitterende roman.

 

Daarmee komt er een einde aan deze editie van Het Grote Gebeuren. In de foyer genieten enkele lieden nog na met een drankje en een dansje, onder hen diverse auteurs. Er is gelegenheid voor een gesprek of handtekening, wat het open karakter en de sfeer van dit literaire festival zonder meer ten goede komt. De bezoekers gaan waarschijnlijk naar huis met een veelvoud aan indrukken en zullen voldoende overtuigd zijn een boek van een der optredende artiesten aan te schaffen. Daarmee is dit festival zowel een feest als pleidooi voor de literatuur, waar lezers deze liefde met elkaar kunnen delen.

Auteur: Willem Goedhart (1990) werd geboren in Utrecht, maar woont sinds zijn studententijd in Groningen. Hij heeft een brede culturele interesse, toegespitst op literatuur, muziek en beeldende kunst. Al tijdens zijn studie Nederlandse Taal en Cultuur was hij veelvuldig bezig met het geschreven woord. Zo deed hij twee jaar redactiewerk voor het studieblad Meneer Pen en schreef hij voor verschillende blogs met een culturele inslag. Daarnaast is hij fervent bezoeker van culturele evenementen in of buiten Groningen. Tegenwoordig werkt Willem bij een educatieve uitgeverij, maar gelukkig houdt hij genoeg tijd over voor uiteenlopende passies als het Eurovisie Songfestival, midgetgolf en Keira Knightley.

Foto’s: Dick Pots.

Het Grote Gebeuren (1): Er gebeurt van alles in literatuurland

Geplaatst: zo, 2 november 2014