21 mei was het tien jaar geleden dat Driek van Wissen (1943-2010) overleed. De Groninger dichter die in 1976 debuteerde schreef vele bundels en was van 2005 tot 2009 de Dichter des Vaderlands. Vijf jaar na zijn overlijden vond in café Wolthoorn & Co de eerste Driekdag plaats en ook vandaag zou daar op zijn leven getoost worden. Aangezien de Driekdag geen doorgang kon vinden hebben we enkele mensen gevraagd om een herinnering aan Van Wissen te delen met Noordwoord. Hieronder een gedicht van Ben Hoogland en een terugblik op zijn kennismaking met het werk van Van Wissen.

Gloria mundi

Ik heb al tien jaar niets van u gehoord 
Gij prins van het op rijm geschreven woord
Ziet gij van grote hoogte op ons neer
Gezeten naast de zetel van de heer
Al sinds gij kwaamt te kloppen aan de poort
En Petrus sprak: wees welkom, arriveer

Met velen wacht ik op uw wederkeer
O, zette iemand uwe arbeid voort
Één bundel nog, die ons pleziert, bekoort
Met sonnettettes, meer dan ik begeer

Ooit heeft u mij tot schrijven aangespoord 
Vandaar dit klein sonnet uw heil ten eer
Waarmee ik slechts een handvol amuseer
Niet meer: u was best enig in uw soort

(Bout-rimé réversé op Driek van Wissens gelijknamige gedicht)

Terugblik

Een mens moet een hobby hebben. Ik ben niet in het bezit van een sport-gen (of het zou permanent op UIT moeten staan). Zelfs een schaakmarathon zou mij oneindig vermoeien. Musiceren wil ik af en toe wel doen maar omdat stoken van kampvuren nergens meer wordt toegestaan hangt mijn gitaar al jaren in een wilg. Teneinde niet in een depressie of aan de drank te geraken moet men wel iéts doen.

Mijn bezigheid is het lezen en schrijven van poëzie. Dat ik dit al sinds mijn vroege jeugd doe zal u wellicht niet of slechts matig interesseren. Maar dit is wel de reden waarom ik deze hommage aan Driek breng. Mede door zijn invloed op de vormvaste Nederlandse lichte poëzie, langzaam tot mij gekomen (ik woonde toentertijd in het verre Amsterdam), ben ik van lieverlee zelf ook steeds vormvaster en – ik mag dit zeggen van mijzelf – inhoudelijk sterker gaan dichten.

Ik schrijf al gedichten sinds ik een brilletje draag:

ik ben Ben

omdat ik Ben ben

is een van mij eerste orale uitingen van een diep gewortelde existentialistische levenshouding. Ik was vier jaar oud.

Een van de vele bezigheden die mijn nietszeggend bestaan enigermate zin geven is het verzamelen van verzamelbundels. Iémand moet het doen, toch? Wel, teruglezend in een aantal van deze bundels, waarvan sommigen mogelijk nog bij antiquariaten opgesnuffeld kunnen worden, kom ik bij tijd en wijle de naam Van Wissen tegen. Alhoewel… een van mijn oudste verzamelbundels moderne poëzie is Dichters van deze tijd (1977, 23e druk). Daar staat Driek van Wissen niet in. Nog niet gearriveerd in het establishment van Nederlands Grote Poëten(?)

Dat er twee parallelle universums zijn die zich met poëzie bezighouden bleek al gauw want ik kocht destijds kort achtereen ook twee bundels met nonsenspoëzie: Ik wou dat ik twee hondjes was (1982) en Droggen zijn bedroom (1984). Daar komt Driek van Wissen wel degelijk in voor, samen met onder andere Jan Kal, Drs. P., Simon Carmiggelt, Jean Pierre Rawie en niet te vergeten de onvergetelijke Simon Knepper.

Niet lang daarna kwam ik in bezit van het verzamelwerkje 200 mooiste sonnetten (1985). U raadt het wellicht al: met drie gedichten waaronder (sic) Het mooiste meisje van de klas wordt de lezer onthaald op de speelse, soms ludieke, een enkele keer zelfs – zéker voor die tijd – licht scrabreuze, uiterst vormvaste gedichten die nog steeds amuseren en boeien.

Wanneer kunnen wij stellen dat Driek gearriveerd is in de hoogste regionen? Ik heb het vermoeden dat dit begin 90-er jaren is. Hij mocht in 1987 de Kees Stip prijs voor light verse ontvangen. In mijn versie van de Spiegel van de moderne Nederlandse poëzie (1992) staat Driek schouder aan schouder met Hannes Meinkema, Hans van de Waarsenburg, Jan Boerstoel en Herman de Coninck. Dat ook hier gekozen is voor zijn sonnet: Middelbaar onderwijs zegt wellicht meer over de samenstellers van zulk soort bundels dan over de dichter, wiens oeuvre veel meer omvat dan slechts dit hoogtepunt. Helaas komen we in al deze verzamelingen nergens een – al was het er maar één – sonnettette tegen. Gelukkig is dát ruimschoots goed gemaakt in De laatste jaren (2011, met een voorwoord van Jean Pierre Rawie).

Mag ik als laatste verzamelwerk noemen: Komrij’s Nederlandse Poëzie (2004). Men kan er van zeggen wat men wil; ook Komrij had zijn voorkeuren, maar ik vind hier wel (eindelijk?) erkenning voor het meesterschap van de dichter. Niet alleen omdat hier voor Joris is gekozen, waarin de dichter door middel van het gebruik van slechts twee rijmwoorden en in twee lopende zinnen dit stille introspectief aan de opdringerige toeschouwer presenteert. Neen, dan hebt u nog nooit zijn Klassiek liefdesgedicht gelezen. Wie op zo’n bijzonder Driek-eigen wijze een loopje neemt met de heersende mores en in een volledig kloppend sonnet centaur op Schopenhauer, power en poëziebeschouwer laat rijmen wordt door mij persoonlijk opgetild, hoog boven alle andere dichters. Lang leve Driek!

Ben Hoogland uit Den Ham schrijft al poëzie sinds hij een brilletje heeft. De laatste jaren steeds meer vormvaste poëzie en light verse. Ben publiceerde gezamenlijk met het Light Verse Collectief (Rob Boudestein, Gezienus Omvlee, Ton Peters) drie bundels. In 2015 kwam zijn eerste solobundel uit: Het wak is gedicht.

Foto: Driek van Wissen in de Prinsentuin 2007 – Dolf Verlinden

Gloria Mundi

Geplaatst: zo, 24 mei 2020