Deze zomermaanden kan je in Groningen meer dan tweehonderd gedichten beluisteren bij fietsknooppunten verspreid door de stad en provincie. De gedichten zijn onderdeel van ons Festival op de fiets en je vindt ze ‘van Lauwerzee tot Dollard tou/ van Drenthe tot aan ‘t Wad’, maar waar te beginnen met fietsen en luisteren? We bieden een aantal routes aan voor diegenen die er met de fiets op uit willen trekken. De volgende route beslaat zo’n 30 kilometer en gaat (heel gemakkelijk) van start bij fietsknooppunt 56 aan het Van Starkenborghkanaal. Wie langs het Reitdiep of via Dorkwerd de stad verlaat kan de plek niet missen.

Naast dichters die in de Prinsentuin zouden optreden is er poëzie uitgezocht van dichters die over het Groninger landschap schreven. In samenwerking met de makers van de literaire citatenkaart Leesbaar Groningen selecteerden we zo’n twintig teksten waarvan er vijf opduiken langs deze route.

Vanaf de Tafelbrug is te zien hoe Reitdiep en het Van Starkenborghkanaal elkaar snijden. Gerrit Krol dichtte er al over in het gedicht Vaarwater. Voor het project woordenstroom maakten dichters samen met beeldende kunstenaars kunstwerken langs de vaarweg Delfzijl – Lemmer. Jarenlang stond een twaalfmeter hoge constructie waarop het gedicht was aangebracht. Die is verleden tijd, maar het gedicht is te horen bij het fietsknooppunt. Dorien Dijkhuis leest voor: “Land waarin gesneden wordt/ Water waarin gesneden wordt/ Vaarwater.”

Met een beetje geluk zie je nog een vrachtschip het water doorsnijden terwijl je langs het kanaal richting fietsknooppunt 58 fietst. Bij de nieuwe brug over het kanaal is het vergeefs zoeken naar het knooppuntenbord, maar het gedicht van Remco Ekkers doet het wel. Ekkers, die debuteerde in 1979, schrijft al jaren (over) poëzie en in Weg uit Zuidhorn hoor je dat ook hem de lijnen in het landschap opvielen: “de afgetichelde percelen/ sporen van de Groninger/ baksteen industrie […]/ lage polders, zware zee-inbraken/ vette klei, hoge luchten.”

Voorlopig laten we het kanaal achter ons en fietsen naar het noorden richting fietsknooppunt 60. De dichter C.O. Jellema woonde vroeger in de buurt van Fransum en wandelde vaak met zijn honden bij het kerkje. Hij overleed in 2003, maar is te horen op een opname die in 1997 werd gemaakt tijdens Poetry International. Jellema voert het kerkje op als getuige van een voorbije tijd. Als een ‘sarcofaag van het geloof.’ Je kan de onverharde weg naar het kerkje nemen en er naar binnengaan. “… ik zit in het gras/ tussen jouw zerken, zo ben je het mooist.”

Verlaat de terp en fiets tussen de weilanden naar fietsknooppunt 1.  De Vlaamse dichter Geert Jan Beeckman kan je er horen over een haast religieuze ontmoeting met een hertenjong, een beeld zo bijzonder dat hij ‘op kousenvoeten’ aan het gedicht begon.

Vanaf dit knooppunt kan je naar knooppunt 64 fietsen, maar het loont de moeite om via knooppunt 47 bij Aduarderzijl richting fietsknooppunt 65 aan het Reitdiep te gaan. Jarenlang woonde F. Harmsen van Beek in Garnwerd, het dorp waar ze neerstreek na haar vertrek uit het westen van het land. In Goed Begrepen! Dicht ze voor haar overleden hond die een rustplek kreeg in het tandartsebosje. Maarten van der Graaff sprak het gedicht in van misschien wel een van de beste Nederlandse dichters van de twintigste eeuw.

Langs de dijk passeer je knooppunt 19 en fiets je door naar fietsknooppunt 64 waar een nieuwkomer in die Nederlandse literatuur zich meldt. Osama Alloush vluchtte uit Syrië en schrijft sinds kort in het Nederlands. Met zijn zangerige voordracht zou hij in de loofgangen optreden, maar nu kan iedereen naar hem luisteren via de VERS-app. In Nachtegaal beschrijft hij de zoektocht naar een nieuwe stem om te worden verstaan.

Vervolg de weg naar het zuiden en luister bij knooppunt 62 naar Marie Brummelhuis. Ze beschrijft een persoonlijke strijd waarvoor niet gevlucht kon worden. “… we staarden gehoorzaam/ naar een lichtbak vol zwarte gaten en kraters/ alsof het astrocystoom in jouw hoofd/ een saaie dia bij het eerste uur/ aardrijkskunde was.”

In de verte kan je de bomen bij het Van Starkenborghkanaal zien en via Wierumerschouw fietsen we langs het Reitdiep richting knooppunt 57. In haar gedicht Van Starkenborghkanaal beschrijft Jane Leusink een fietstocht langs het Jaagpad. Bij populieren houdt de hoofdpersoon halt met haar hond. “Om zich beter te concentreren sluit ze haar ogen/ Haar universum is vandaag vol rappe stemmen/ die elkaar vertellen hoe hun week is geweest.”

Aan je rechterhand zie je de Tafelbrug waar de fietstocht begon. Ga de brug over en keer terug naar de stad.

De app VERS is te downloaden in de Google Play Store en de Apple App Store. Instructies voor het downloaden, installeren en gebruiken van de app vind je hier. De gedichten zijn in ieder geval tot 1 september te beluisteren. Meer lezen over het alternatieve programma van Dichters in de Prinsentuin kan hier.

Maarten Praamstra