De slingers hangen, evenals twee grote gouden opblaascijfers, te weten de 2 en de 0. Geen taart vanavond in de Puddingfabriek, wel vloeit er aan weerskanten van de bar een vrolijke hoeveelheid alcohol. Achter de draaitafel staat Daniël Vis al klaar. Er is iemand jarig vanavond en gezien het aantal gasten in de zaal is de jarige behoorlijk populair. Dichters in de Prinsentuin wordt vanavond twintig jaar en viert dat met een on-Hollands lang feest van maar liefst drie dagen.

De openingsspeech van Rolien Scheffer, directrice van SLAG, leert ons dat er de afgelopen 20 edities niet minder dan 724 dichters hebben opgetreden (uiteraard geteld door Maarten Praamstra, de wandelende Groninger letterkunde-encyclopedie). Al die jaren lang steeds opnieuw een vertrouwd doch uitdagend festival, met iedere keer ruimte voor nieuwe experimenten. Dat prachtige contrast is ook te zien aan de gasten in de zaal. Van jonge literatuurliefhebbers tot oudgedienden, van Joost Oomen op zijn Nikies met bijpassende gouden ketting tot de netjes in blouse gestoken Coen Peppelenbos. Hier komt alles samen, en dat al twintig jaar.

Tot jubilea behoren natuurlijk ook speeches en stukjes. Je kent het wel, van die jolige en soms pijnlijk slecht ingestudeerde vijf minuten knulligheid, die toch vooral ook lief bedoeld zijn. Op dit feest is het aan Tsead Bruinja, oprichter van het festival, om het eerste stukje te doen, samen met een zogenoemde all star-formatie. Die bestaat vanavond uit muzikanten broeder Dieleman en Jan Klug, en dichters Frank Keizer en Lies van Gasse, waarvan de laatste ook live tekent. De formatie heeft voor de naam de Harde Marge gekozen – tijdens het eten vooraf, dus ik durf niet te zeggen hoe serieus u dat moet nemen. Desalniettemin is wat volgt allesbehalve een kneuterige vertoning. Wat het wel is, zijn verschillende talenten die samenkomen in deze hypnotiserende voorstelling van ruim een halfuur waarin de vijf kunstenaars ieder op hun eigen manier op zoek zijn naar de bron van het bestaan. Terwijl broeder Dieleman zijn banjo met een strijkstok bewerkt, is Klug in de weer met een scala aan instrumenten, waarvan ik alleen de theremin, een sopraansaxofoon en een soort digeridoo kan herkennen, het geheel omlijst met een web van snoeren en knopjes waar ik de ballen verstand van heb. Het brengt een bezwerend geluid voort. Ondertussen lezen Bruinja en Keizer poëzie voor, Bruinja in het Fries, Keizer de Nederlandse vertaling. Dat klinkt al even onheilspellend en valt daarom naadloos in de muziek. Achterin tekent Van Gasse ondertussen razendsnel doch secuur met allerhande materialen vreedzame landschappen. Wanneer zij de poëzie van Bruinja en Keizer afwisselt met haar eigen lieve Vlaamse stem kan het contrast haast niet groter. Van Tsead Bruinja, zijnde de oprichter, had ik eerder een vrolijke voorstelling verwacht over alle bloopers en geluksmomenten van de afgelopen jaren Dichters in de Prinsentuin, maar deze rauwe voorstelling breekt niet alleen al mijn verwachtingen, maar overstijgt ze tevens ruimschoots. Ondanks de warmte in de zaal en het toch wat lange staan wordt de Harde Marge geen moment saai. Na afloop schudt Bruinja ons voorzichtig wakker met een schuchter “Dank voor uw aandacht en gefeliciteerd.”

Daarna is het tijd voor een vrolijkere en humoristische noot met de ‘bloemlezing der bloemlezing der bloemlezingen’. Ellen Deckwitz en Ingmar Heytze maakten voor dit jubileum een selectie van twintig gedichten uit het Prinsentuin-oeuvre van 2004 tot 2016. In een heerlijk vermakelijk steekspel lichten Deckwitz en Heytze in vlot tempo twintig gehanteerde criteria toe en dragen ze een aantal van de gekozen gedichten voor. Na de voorgaande act is dit een welkome afwisseling waarin we lachen, gieren, brullen en wijn drinken. Dit is een echt stukje zoals je dat verwacht op een jubileumfeest. Bewondering heb echter ik voor het moment waarop Deckwitz tot slot een gedicht van Wim Brands voordraagt, wat ze doet met gepast respect en eerbied. Een gast die gemist wordt vanavond.

Vervolgens is het tijd voor de grote internationale gast, de Duitse lyrica Monica Rinck. Ze draagt gedichten uit haar bundel Honingprotocollen (2012) in het Duits voor, Joost Oomen naast haar doet de Nederlandse vertaling. Al na één gedicht wordt mij duidelijk: hier hebben we te maken met een ervaren sterperformer. Mijn Duits beperkt zich tot de derde klas van de middelbare school, maar dat doet er niet toe. Bij Rinck gaat het om de voordracht. Dat maakt haar tot de perfecte gast voor Dichters in de Prinsentuin, waar het immers draait om de kracht van het gesproken woord. Rinck’s voordracht is zoals haar gedichten: zoet, meeslepend, en ergens toch onheilspellend, als bijen waarvan het zoemen steeds meer naderbij komt. Het contrast tussen de voordrachten van Rinck en Oomen is interessant. Als Oomen voordraagt, klinkt het alsof hij het over een internationale ramp heeft. Uit Rincks mond daarentegen komen honingzoete sprookjes. Ook dit past weer prima in het concept van Dichters in de Prinsentuin, festival van het gesproken woord.

Na een korte pauze, waarin veel mensen ofwel drank ofwel zuurstof tanken, is het tijd voor een kort overzicht van de afgelopen twintig jaar door schrijver en criticus Coen Peppelenbos. Zoals het een jubileum-act betaamt, haalt Peppelenbos pijnlijke en gênante anekdotes aan uit de begintijd van het festival. Zo werden amateurdichters aanvankelijk geprogrammeerd vanwege geldgebrek en was het idee oorspronkelijk dat de muziek er puur en alleen voor op de achtergrond zou zijn. Terugdenkend aan de multimediale hypnose van Bruinja en mede-talenten moge het duidelijk worden dat Dichters in de Prinsentuin inmiddels is uitgegroeid tot een Gronings wonderkind dat we met zijn allen mogen koesteren, bezingen en vieren. Peppelenbos gaat misschien her en der iets te ver in het gehalte pijnlijkheid, maar ach, ieder feest kent wel zo’n moment waarop per ongeluk iets pijnlijks aangesneden wordt, waarop de gastvrouw doorgaans de woonkamer verlaat voor zogenaamd extra koffie. Dan lachen we snel verder om de typering van de loofgangen als “de loopgraven van de poëzie” en om lachwekkend gedateerde recensies van toen-amateurs-nu-grootheden.

Van de partij is ook Groninger dichter Jan Glas, die ons trakteert op zowel Groningse als Nederlandse poëzie. Zijn toegankelijke en humoristische gedichten zijn een perfecte aanvulling op het feestelijke programma en hij krijgt dan ook snel de hele zaal op zijn hand. Bovendien past een Groningse noot ook goed bij het bezingen van een Gronings festival. Daarna is het aan de Zeeuw Broeder Dieleman om de avond af te sluiten. Mijn Zeeuws is mogelijk nog slechter dan mijn Duits en mijn verkenning van Zeeland reikt niet verder dan een dagje Middelburg, maar broeder Dieleman heeft de Zeeuwse kusten in zijn stem zitten en wiegt ons daarmee langzaam in slaap op de golven van zijn gezang.

Daarna is het programma afgelopen en duiken Joost Oomen en Daniël Vis (“vanaf nu Daniël Fissa!”) achter de draaitafel om iedereen weer wakker te schudden en de nacht door te dansen. Want het feest stopt niet hiermee. Er zijn nog de hele zaterdag en zondag om de verjaardag van Dichters in de Prinsentuin te vieren. En dat is ook nodig, want het jubileum van dit festival vier je niet in één avond. Groningen mag trots zijn op haar wonderkind. Dus Groningers, waar wachten jullie op? Haast je naar de Prinsentuin, hef het glas en feliciteer de jarige.

Verslag: Mirjam Deckers is pas afgestudeerd als student Kunsten, Cultuur en Media en gastredactrice bij SLAG.

Foto’s: Reyer Boxem

Dichters in de Prinsentuin: Een wonderkind-waardig feest

Geplaatst: za, 15 juli 2017