Gehuld in korte broek en met blote schouders (Zoals Daniël Vis het eerder deze zaterdag in de Prinsentuin verwoorde: “nu iedereen toch niet zoveel om het lijf heeft”) de Martinikapel binnenstappen heeft iets vreemds. Misschien zelfs iets onbehoorlijks. Met de rode bundel onder de arm vanuit de hitte de koelte binnenstappen maakt de meeste mensen al stil. Mensen schuiven op hun stoel – van tevoren is er een briefje uitgedeeld met de mededeling: “Er is geen pauze, geen muzikale begeleiding, geen gelegenheid tussendoor iets te drinken om zich te vertreden.” De sobere sfeer die Toon Tellegen neerzet in zijn welkom, na al die stadshitte en zomerjurken, maakt wat onwennig. Het publiek weet wat er gaat gebeuren, maar hoe ga je om met een voorleesmarathon van tweeënhalf uur?
Toon Tellegen wordt geïntroduceerd, neemt plaats en begint. Direct.

“Kijk, daar komen mensen aan.
Ze denken dat er geen muren zijn, geen valkuilen, geen dodelijke
omhelzingen op het midden van de weg.
Pats!”

Het begin van een vertelling, of in deze kapel misschien meer een preek over het einde der tijden, over een optocht van iedereen. Een optocht van alle mensen, raak gekarakteriseerd, getypeerd zoals alleen Toon Tellegen dat kan. In deze tweeënhalf uur leren we het soms onverdraagbaar harde en meedogenloze “Pats!” verwachten, vrezen en verwelkomen als een oude vriend. Want iedereen, de hele optocht moet eraan geloven. We verwachten het na zinnen als “kijk, daar is het al, hun welverdiende presenteerblaadje: Pats!”. We verwelkomen het na de rijke opsommingen die Tellegen inzet, als hij herhaalt wat er allemaal niet is. Hij beschrijft de leegte met zoveel woorden dat de rust pas terugkeert na een verlossend “Pats!”. We vrezen het bij de passage over een vrouw, “jong en oninwisselbaar”: “een man en kinderen komen achter haar aan, roepen: ‘Breek iedereen af, maar niet haar!’ Ze valt in stukken uit elkaar. Pats!”

Maar is er dan echt geen mededogen in dat “Pats!”? Waarom spreek ik in we-vorm? Omdat Tellegen dat van ons maakt: een onderdeel van dat hele menselijke ras, dat zich beweegt over deze. Er is geen verschil. Er is wel een ik-verteller, die zo heel af en toe tevoorschijn piept, maar er wordt ook gezegd: “Waarom ben ik niet een van hen? ‘Maar je bent een van hen!’ Pats!”. Individuen worden benadrukt of ze vallen juist weg in de opsomming. Soms lijkt er plezier te zijn, bij het wegzenden van akelige typetjes, nare personages, maar vaker wordt een lezer/luisteraar gewezen op de menselijkheid van al die types, omdat Tellegen aan de hand van karaktertrekken beschrijft. Talend, eerder dan beeldend. Het lot is voor allemaal hetzelfde, maar daardoor worden die karaktertrekken des te belangrijker.

Zo sober als Tellegen is in zijn papieren welkomstnoot, zo weelderig is zijn taal. Tellegen doet niets anders dan voorlezen, kijkt niet op, slaat af en toe op de tafel voor nadruk bij een heviger “Pats!!”, maar iedereen wordt overstroomd en meegevoerd door zijn beschrijvingen. Soms is er zoveel dat je niet alles kunt volgen, maar jij volgt. Jij staat net zo goed te kijken naar die optocht, je zucht van opluchting of juist van verdriet omdat je iemand of jezelf herkent. Je lacht ook. Tellegen is vlijmscherp en geëngageerd. Liegbeesten uit de financiële sector en andere schijnheiligen moeten het ontgelden, en toch, voor hen geldt hetzelfde “Pats!” als voor alle anderen.

Het laatste woord is “nederlaag”. Het einde der tijden is bereikt. “Alleen een duif is nu nog onderweg, de witte duif van de onverschilligheid.”. Maar allesbehalve onverschillig is Toon Tellegen, is de luisteraar met hem. Dit is geen verhaaltje voor het slapengaan, dit is eerder iets om van wakker te schrikken. De Optocht is uitgegeven in 2012, het jaar dat de wereld zou vergaan. De wereld bestaat nog altijd, maar iedere dag en vooral deze week worden we herinnerd aan de menselijke fout en aan de eindigheid.

Toon Tellegen krijgt een staande ovatie.

Esmé van den Boom studeert Nederlands en Engels aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij is bestuurslid van Literair Dispuut Flanor, verslaggeefster bij 3voor12/Groningen en schrijft en zingt Nederlandstalige liedjes onder de naam Mees.

Foto’s: Olaf Otto.

Dichters in de Prinsentuin: Verwachting, vrees en verlossing in één woord, in één adem, in tweeënhalf uur

Geplaatst: ma, 21 juli 2014