Toen ik werd gevraagd om verslag te doen van de zaterdagmiddag van deze editie van Dichters in de Prinsentuin, begon ik met het voorzichtig opbiechten van het keiharde feit dat ik er nog nooit was geweest. En dat terwijl het festival met zijn negentien edities al net zo oud is als ikzelf. Ik besloot er volledig onbevangen heen te gaan en het programma over me heen te laten komen.

Om 13:30 trapt dichteres Jane Leusink de zaterdagmiddag van deze editie van Dichters in de Prinsentuin af op een al aardig vol theeveld. Men had zijn klapstoeltjes weer van zolder gehaald en de zomerhoedjes van de kapstok. Leusink draagt haar gedichten over de cyclus van geboorte, leven en dood rustig voor.

Het is leuk om te zien dat er een gevarieerd publiek naar de tuin is gekomen. Natuurlijk lopen er aardig wat grijzere koppen rond, maar er zijn ook flink wat jongeren te spotten en op het theeveld zitten zelfs gezinnetjes met hun kinderen te picknicken. De mensen op het veld luisteren in stilte. Alleen de straat probeert van buiten de muren de tuin binnen te komen. Niemand schenkt er aandacht aan. Jan Baeke heeft zijn futuristische gedichten van Mars van de vorige avond verruilt voor scènes uit het alledaagse leven, zoals gedichten over monteurs, vrienden en ja, ook over de liefde, “want die kan ook best hard zijn.” En daar krijgen we zowaar een klein beetje branie.

Willem Thies ontmoette zijn vrouw én mede-dichter Froukje van der Ploeg tien jaar geleden in de loofgangen van de Prinsentuin. Zijn voordracht op het theeveld doet hij dan ook gedeeltelijk samen met haar, in een duetvorm. Froukje leest zelf ook twee gedichten voor, over haar oma en over opgroeien. Samen maken Froukje, Willem en hun inmiddels zesjarige kindje een boel oh’s en ah’s los bij het publiek onder de witte parasols.

Tijd voor de befaamde rondgang onder het groen van de loofgangen. Het leuke aan deze opstelling is dat alle dichters hier gelijk zijn. Jonge, nog groene poëten krijgen hier dezelfde plek als de bekende namen. Voor zenuwachtige voordragers zijn de blaadjes ideaal om af en toe even aan te frunniken. Bundels worden afgewisseld door vluchtig geschreven notities, en de jonge Vlaming Ewout de Cat werkt het liefste gewoon met zijn iPhone. Door het steeds heen en weer lopen van dichter naar dichter valt ook op hoe iedereen zijn eigen manier van voordragen heeft. Zo praat Menno Wigman graag zijn gedichten aan elkaar met inleidende verhaaltjes en maakt de jonge Edna Azulay er een soort performance van met haar handen. De meeste dichters vertellen over persoonlijke ervaringen, observaties en emoties. In de intieme setting van de loofgangen is dat misschien ook wel het beste. Alleen Jana Arns draagt een gedicht voor over de vluchtelingencrisis, omdat daar naar haar mening te weinig aandacht aan wordt besteed in de poëzie. Een kleine roep om branie. Soms voelt het bijna als een zonde om door te lopen over het grind, alsof ik door iemands ervaring heen zal banjeren.

Dan wordt er geschreeuwd: “Laatste gedicht!” Iedereen beweegt zich langzaam terug naar het theeveld, waar Hagar Peeters plaats mag nemen achter de microfoon. Haar gedichten gaan over liefde en subtiele aanrakingen. Bij haar laatste gedicht vertelt ze dat ze ook “muzikale gedichten” schrijft, maar dat ze die nu niet zal voordragen. Jammer, denk ik, want hoewel alle dichters uniek waren en allemaal de moeite waard, mis ik deze zaterdagmiddag soms een beetje experiment. Na Peeters komt Co Woudsma , een luchtige afwisseling. Zo draagt hij een gedicht voor over de Gooise r, één van de grote ergernissen der Groningers, zo ontdekte ik als Deventerse al gauw toen ik in het noorden ging wonen. De sfeer is na een paar uur gedichten nog altijd gemoedelijk en ontspannen; de stadshandhaving loopt voorbij, maar die heeft hier absoluut niets te doen, gelukkig.

Tijdens de tweede ronde in de loofgangen is te merken dat Dichters in de Prinsentuin zich ook meer richt op internationale poëzie. Ewout de Cat en Aloys Vonckx vertegenwoordigen jong Vlaanderen en in de loofgangen duikt Kim Moore onverwacht op, die ook hier opnieuw enthousiast ontvangen wordt. Verlies haar niet uit het oog.

De organisatie kan terugblikken op een prachtige middag, met een breed scala aan bijzondere dichters. Voor echte branie was het misschien ook wel een veel te mooie dag.

Mirjam Deckers is aankomend derdejaars studente Kunsten, Cultuur en Media aan de RuG. Opgegroeid in de boekenstad Deventer, in een gezin van bibliothecarissen, zit de liefde voor literatuur in haar bloed. Toch was dit haar allereerste bezoek aan Dichters in de Prinsentuin. Graag deelt ze daarom haar onbevangen bevindingen.

Foto’s: Henk Veenstra

Van de zaterdagmiddag in de Prinsentuin verscheen er ook een verslag op Tzum. Klaas Mulder Filmde voordrachten van Hagar Peeters, Co Woudsma, Menno Wigman en Anneke Claus. Henk Landkroon maakte foto’s

Dichters in de Prinsentuin: Van de Gooise r tot romantische duetten

Geplaatst: vr, 22 juli 2016