Na de voorstelling van Joost Oomen kan er gegeten, gedronken en gepraat worden. Vanaf een uur of half zeven is er bovendien een muzikale omlijsting van de drie beste singer-songwriters van Groningen: Mijke Eryng, Melvin Bonnet en Mees. M3. M3 maakt elk op zijn/haar eigen wijze gevoelige muziek op de gitaar. Mijke Eryng klinkt poppy en zingt over liefde, net als Mees, alias Esmé van den Boom. Tot mijn grote verbazing speelt ze een gedicht van ondergetekende die zij voor Poëzie met Kasper op muziek gezet heeft. Ik voel me vereerd. Melvin Bonnet maakt grappige, slapstickachtige liedjes. Hij heeft een gesprek met zijn sperma en – voor zover ik het me kan herinneren – is Assen de anus van Nederland. Dat soort uitspraken valt goed in Groningen (en in de rest van Nederland). Tussendoor zijn er nog interviews van het duo Nolles en Praamstra met de optredende kunstenaars van die dag. Maar het publiek heeft het drukker met bunkeren en babbelen.

Het avondprogramma valt uiteen in twee delen: een matige start en een spetterend slotstuk. Dichter Dennis Gaens opent het avondprogramma met werk uit zijn twee bundels en wat nieuw werk, waaronder een gedicht dat een hommage is/lijkt aan Andy Warhol over hoe je een banaan kunt bekijken. Ik dacht dat er altijd maar één manier was en dat is de vieze manier, maar Gaens heeft nog twaalf manieren. Toen hij dit gedicht voordroeg op Kantoorpoëzie werd er veel gelachen en gejoeld, maar nu valt het helaas wat dood. En dat komt niet alleen doordat een deel van het publiek weggesmolten is en huiswaarts gekeerd, maar ook omdat hij zijn vluchtige gedichten uit zijn debuutbundel ik en mijn mensen en zijn tweede bundel schering en inslag, respectievelijk uit 2010 en 2013, nu al zo vaak voorgedragen heeft. Het acute en wringende wat zo sterk is bij zijn poëzie is er een beetje uit.

Daarna komt slamkampioene Laura van der Haar die net gedebuteerd is met Bodemdrang – een begrip dat gekoppeld is aan haar achtergrond (ze is archeologe), maar ook centraal staat in de psychologie, namelijk dat iemand met die aandoening geen grenzen kent en altijd de zak chips helemaal leeg moet eten. Op zich een spannend gegeven om deze twee verschillende betekenissen met elkaar te laten samenkomen, maar de uitwerking is slechts bij vlagen sterk. Ze draagt een paar sterke verzen voor, maar het geheel overtuigt mij niet, omdat vooral het archeologische aspect wat blijft hangen in huis-tuin-en-keukentaferelen. Het dwangmatige komt goed naar voren in haar gedichten, maar ze had wat mij betreft best wat specialistischer mogen zijn in de uitwerking van het archeologische aspect. Nu hoef je je vakgebied niet in te bedden in wat je schrijft, maar het had mij een spannende, antropologische cocktail geleken.

Overigens leek het publiek bij deze twee acts wat onwennig of verward door mogelijke zonnesteken, want geklapt werd er nauwelijks (niet vereist) en toen Van der Haar eenmaal applaus kreeg, dacht ze dat ze werd weg geklapt.

Voor Harm Gosselink Kuiper heb ik veel respect omdat hij zelf zijn instrumenten maakt uit allerlei troep (zoals een boek (!) en een broodtrommeltje – bijzondere heropleving van Nouveau Réalisme), maar zijn liedjes zijn tenenkrommend met quasi-grappige teksten als “hoe ruik je in je nakie?” en over zijn drang om gevoerd te willen worden aan de krokodillen. Met zijn lijzige zang vind ik hem misstaan op dit podium. Het paste niet, de grapjes kwamen maar half aan en de afwisseling na twee dichters had niet per se gehoeven met deze kunstenaar, want dat is hij wel! Hij laat zelfs zijn bas zien die hij uit gitaren en violen gemaakt heeft. Zijn hele hebben en houden heeft hij meegenomen uit Rotterdam om te laten zien.

 

Die drie optredens vormen het matige deel van de avond. Daarna komt Marlene van Niekerk met een aantal Zuid-Afrikaanse gedichten waarvan de vertaling geprojecteerd wordt op de muur van de Suikerfabriek (goede zet om weer de locatie dichter bij de mensen en dichters te brengen). Ze draagt natuurgedichten, geëngageerde gedichten en gedichten over Nederland voor. De losgeslagenheid die veel hedendaagse poëzie kenmerkt, is bij Van Niekerk totaal absent wat waarschijnlijk te danken is als haar achtergrond in de hermeneutiek, het filosofische deelgebied waarbij alle delen bijdragen aan het geheel en het geheel ook weer bijdraagt aan de afzonderlijke delen om zo sterke en coherente poëzie te genereren. Haar geëngageerd gedichten over de Zuid-Afrikaanse malaise van de afgelopen twintig jaar en de Apartheid zijn zeer indrukwekkend en militant van toon – en dat had ik niet verwacht bij de kleine vrouw op het podium. Wat erg fijn is, is dat ze haar gedichten goed inleidde met noodzakelijke informatie (om de wig tussen de kennis over Zuid-Afrika hier en de realiteit aldaar op te heffen) – mijns inziens wederom een teken van haar hermeneutische achtergrond.

Slotstuk komt van vader Jan-Willem Dijk die met muzikanten Kasper van Hoek en Luca Altdorfer een voorstelling over de straat in elkaar gezet hebben. Altdorfer op viool en Van Hoek op elektronische vervormapparaten waar hij zeker raad mee weet. Zij roepen met muziek dat tegen het valse aanschurkt een onheilspellende sfeer op en Dijk dendert daar met zijn zorgvuldig en ijzersterk geformuleerde gedichten doorheen. De straat is geenszins een veilige of fijne plek om je te begeven, zo blijkt. De visuals, van Bouke Mekel, zijn eveneens onheilspellend. De lichten moesten volgens mij aanblijven voor de muzikanten, maar had die toch uit gedaan! Had het nog onheilspellender gemaakt – de zon was net onder! Dat is echter een klein detail. Gelukkig is wederom de locatie een geweldige ondersteuning. Dijk is verfrissend met een hoog metaforisch gehalte. Zijn scholing op de Schrijversvakschool werpt z’n vruchten af en ik kijk halsreikend uit naar een eventuele debuutbundel. De intensiteit waarmee hij bijvoorbeeld zijn damgedicht (ook in de Prinsentuinbundel te lezen) voordroeg, bewijst eens te meer dat hier een heel belangrijk dichter voor de komende jaren staat.

Obe Alkema – is dichter en recensent (Friesch Dagblad/Tzum) en heeft zijn bachelor Nederlands gehaald en zal spoedig uitvliegen naar Utrecht. Gelukkig is hij in de zomermaanden nog in Groningen te vinden om te flaneren op de culturele festivals, waaronder Dichters in de Prinsentuin en Noorderzon.

Foto’s: Olaf Otto.

Dichters in de Prinsentuin: Bunkeren, babbelen en een spetterend slotstuk op de vrijdagavond

Geplaatst: zo, 20 juli 2014