“Goedemorgen! Mag ik een gedicht voor u schrijven?” Verbaasd kijken de aangesproken mensen, ontbijtgasten in het HEMA-restaurant, op naar huisdichteres Esmé van den Boom. Gewapend met een opschrijfboekje gaat ze aan het tafeltje van de uitverkorene zitten, stelt een paar vragen en schrijft in enkele minuten een gedicht. Dit draagt ze voor, waarna ze doorgaat naar het volgende tafeltje. Na een paar tafeltjes trekt ze zich een tijdje terug op haar eigen plek, om de gedichten uit te typen op een typemachine. Het resultaat, een nostalgisch aandoend volgetypt papier met de door haar bedachte woorden, wordt even later netjes bij de geportretteerde afgeleverd.

In het begin is het moeilijk om haar te spotten, aangezien ze op de eerste blik niet op lijkt te vallen tussen de gemoedelijke koffiedrinkers en croissantjesknabbelaars. Als er plotseling een mevrouw met een camera naast haar staat te fotograferen, valt het ineens op: oh ja, hier werkt de huisdichter. Dat is de stille kracht van Ontbijtpoëzie: poëzie waar je het niet verwacht.
Van den Boom, die gisterenochtend, vandaag en morgenochtend in het restaurant van de HEMA te vinden is, heeft in totaal tien gedichten voor eetgasten geschreven als ze aan het tafeltje van mij en een vriendin komt zitten. Wij zijn nummer vijf van vandaag en de elfde in totaal. Ze stelt ons een aantal vragen en terwijl we praten begint ze onophoudelijk te schrijven. Zijn dit aantekeningen? Nee, het is het gedicht zelf. Dat komt er gewoon uit rollen tijdens het gesprek.

Tijd om te schrijven over grote levensvragen of zware onderwerpen, is er niet. En dat hoeft ook niet; ze houdt haar gedichten klein, maar fijn, met verrassende opmerkzaamheid die tussen de woorden door schemert. Een titel weet ze nog niet, hierbij staat ze open voor suggesties – een slimme zet waarbij ze de luisteraar in het proces betrekt.

HV_ontbijtpoezieHEMA-02Bij het afleveren van het gedicht blijft ze soms nog even napraten met de gasten, die het dankbaar in ontvangst nemen. Niet iedereen is overigens even happig op een spontaan schrijfsel; een mevrouw reageert op de uitnodiging met een bot “Nee”. Hierdoor laat de huisdichteres zich niet van haar stuk brengen: “Dat is helemaal niet erg. Fijne dag!” – om vervolgens gewoon door te gaan naar een volgende. Een eindje verderop zit een meneer een beetje beduusd, maar gevleid het zojuist afgeleverde werk te bewonderen. Hij krabt zich even achter zijn oor en neemt nog een slokje koffie.

 

 

 

Ontmoeting

waar ze elkaar gisteren zijn tegengekomen
nee – vandaag
vonden ze elkaar op de roltrap
volgden het geluid van typemachine
en dachten
zullen we onszelf onder de aandacht brengen
ze hebben beet
niet alleen elkaar getroffen
maar ook mij op vroege vrijdagochtend
leggen de woorden haast neer
op het papier en zeggen dan
het fascineert me hoe
je aan een stuk door kan schrijven

Verslag: Rachel Raetzer. Foto’s: Henk Veenstra

Dankbaar en beduusd – Ontbijtpoëzie met Esmé van den Boom

Geplaatst: za, 28 januari 2017