Tijdstrijders en kathedralenbouwers

Het afgelopen jaar was een jaar dat ons allen in een vreemd soort tijdssysteem dwong. Een tijdssysteem waarin we enerzijds tijd tekort kwamen en anderzijds zeeën van tijd over leken te houden. We moesten onszelf en onze projecten opnieuw uitvinden en waren gedwongen binnen ultrakorte termijnen te handelen en beslissingen te nemen. Tegelijkertijd werd ons leven vertraagd door de lege agenda’s en door de mist van maatregelen waar we doorheen laveerden, zonder zicht te hebben op de middellange termijn, laat staan de lange termijn.

Het wierp ons terug op onszelf. En waar de een tegen de muren opliep, was deze nieuwe situatie voor de ander een verademing, een tijd van rust, bezinning en ontdekkingen. De vaak geciteerde regels van Henry Davies, ruim honderd jaar geleden, blijken onverminderd van kracht: “What is this life if, full of care, / We have no time to stand and stare?’ Dit teruggeworpen worden op onszelf en de ruimtelijke beperking gaven niet alleen de tijd en ruimte om kleine dingen te gaan waarderen, maar gaven ook de kans om bewust te worden van de eigen positie, een standpunt in te nemen over onrecht, uitbuiting en ongelijkheid. Het gaf de kans tot verzet.

Dit festival gaat over tegenacties, over de kont tegen de krib, over rebelleren tegen de(ze) tijd. Het gaat over langetermijndenken tegenover het verwoestende kortetermijndenken en -gedrag dat de huidige samenleving dicteert. Tegen de maatschappij waarin consumptiegoederen een zo kort mogelijke omloop hebben, waarin er economische prikkels zijn om niet-duurzame producten op de markt te brengen en die tegen extreem lage prijzen de halve wereld over te laten reizen. Een wereld waarin de blik weliswaar naar voren gericht is en we over visie spreken, maar waarin die visie geldig is tot de productie, de volgende kwartaalcijfers, de volgende jaarrekening of op zijn best tot de volgende kabinetsperiode.

Met deelnemende dichters spreken we over de discrepantie tussen een maatschappij die nog steeds gericht is op vergroten, vermeerderen en uitbreiden en de onmogelijkheid van een oneindige groei. Voorraden die uitgeput raken, en de opwarming van de aarde die vanwege schade aan de natuur ook enorme gevolgen heeft voor de leefbaarheid van de planeet en daarmee voor veiligheid en stabiliteit in verschillende delen van de wereld. We hebben er moeite mee de maatschappij zo in te richten, gericht op stabiliteit en balans; zodat huidige én toekomstige generaties in elk geval voldoende middelen en mogelijkheden hebben om de status quo te handhaven, ongeacht met welke situaties ze te kampen hebben.

In een poging zo’n balans toch dichterbij te brengen pleit de Brits-Australische filosoof Roman Krznaric voor langetermijndenken. We moeten de behoeften van toekomstige generaties meer gewicht geven in beslissingen die we nemen, we moeten ons opstellen als kathedralenbouwers. We moeten vol overtuiging durven starten met de realisatie van een project of het ingang zetten van een proces, ongeacht de uitkomst, ongeacht of we aanwezig kunnen zijn bij de voltooiing en ongeacht of we er zelf de vruchten van kunnen plukken. De helden die dat durven en doen noemt Krznaric Time rebellions. Ook onder Nederlandstalige dichters vinden we ze, mensen die de controle over hun werk durven loslaten, die zoeken naar een langetermijnskader, naar een perspectief dat ons plaatst waar we zijn: een speldenprik op een liniaal van tijd, of zoals Marjolijn van Heemstra dat noemt, gezamenlijke ruimtevaarders op een kleine blauwe planeet. Samen met hen maken we tijdens Dichters in de Prinsentuin 2021 zichtbaar hoe die zoektochten een neerslag krijgen in poëzie.