Thema: de mens, de menigte

De artistieke keuzes voor Dichters in de Prinsentuin worden gemaakt vanuit een festivalthema, dat voortkomt uit maatschappelijke ontwikkelingen of vragen. Al in een vroeg stadium besloten we de menselijke neiging te onderzoeken om juist datgene op te zoeken dat bij ons past, dat ons vertrouwd is. We wilden uitvinden wat er gebeurt als je stappen zet naar iets wat niét binnen je straatje valt.

Hoewel onderzoek lijkt uit te wijzen dat bijvoorbeeld sociale media niet leiden tot verzuiling, is het duidelijk dat er online groepen ontstaan met eigen gedragsregels en interesses. Iedere groep is een wereld op zich, een kleine bubbel in het bubbelbad van de maatschappij. Mensen maken online meerdere accounts aan om zichzelf in de verschillende groepen op verschillende manier te kunnen profileren, en ze doen on- en offline aan code-switching: ze hanteren verschillende taal- en gedragsvormen in verschillende groepen.

Het festivalthema gaat over grenzen verleggen, het benaderen van De Ander, over smaakverschillen en verschillen tussen personen, en over de verschillende versies van jezelf, de vraag hoe je jezelf het best representeert - of, om met de Tjechische schrijver Karel Čapek te spreken, welke persoon je uit je eigen persoonlijke mensenmenigte naar voren laat komen (zie onderstaand citaat).

De mens, de menigte was voor de coronacrisis al de titel van één van de geplande festivalprogramma’s. De huidige tijd, met isolatie en een overdaad aan digitale communicatie, zet aan tot nog sterkere bubbelvorming, maar daagt anderszins ook uit om grenzen te verleggen. Een goede reden om dit tot centraal thema te maken.

Laten we zeggen dat de mens zoiets als een mensenmenigte is. In die menigte zwerven de doodgewone man, de hypochonder, de held, degene met de ellebogen en god weet wie nog meer rond: het is een bonte schaar, die echter een gezamenlijke weg gaat. Er heeft altijd een van hen de leiding en die gaat dan een eind voorop; laten we ons, om het aanschouwelijk te maken wie leidt, voorstellen dat hij een vaandel draagt met het opschrift IK. Nu is hij dus Ik. Het is slechts een woord, maar zo’n machtig en gezagvol woord; zolang hij die Ik is, heeft hij de heerschappij over de menigte. Vervolgens dringt er weer iemand anders uit de massa naar voren, wel, en dan draagt hij het vaandel en is de leidende Ik.

Karel Čapek, Uit: Een doodgewoon leven, Wereldbibliotheek, 2017.
Vertaling: Irma Pieper