Ik ga in deze tekst niet volledig in op wat het schrijven van poëzie voor mij inhoudt. Aangezien de tekst een limiet kent, kan ik zeker niet alles vertellen over het schrijven van mijn poëzie. Dus ik hou het kort, voor mijn doen. Wat ik wil zeggen over mijn poëzie is dat ik nieuwe wegen probeer te scheppen door de platgetreden communicatiepaden te ondergraven, op zoek naar vruchtbare grond. Hoe doe ik dat? Ik verzelfstandig het gedicht door de bewegingen die ik bedenk en beschrijf uit te vergroten. Zo bevraag en bekritiseer ik de grondvesten. In die zin is mijn poëzie maatschappijkritisch. Tegelijkertijd is het voor mij van belang dat ik de wereld zoveel mogelijk buiten de deur houd als ik schrijf. Mijn poëzie moet vanzelfsprekend zijn. 

Een voorbeeld uit de bundel Exclusief, 2019. Uitgegeven door IJzer

Uit het gedicht ‘Woord’. Pagina 44. 

Geen handreiking.

Ik preek stilte.

Ik spreek, zwijg en stem in

met dat wat voor zich spreekt.

De meest geslaagde bundel is die, die institutionele kritiek levert met krachtige en eigenzinnige beelden. Daarom val ik de conventies aan en zoek grond door in te zoomen op originele beweegredenen. Ik belicht de kaders van het gedicht door beelden uit hun oude context te lichten en binnen mijn hervonden kaders te plaatsen. Zo geef ik een meerduidige betekenis aan de dingen; door die te voorzien van een nieuwe context. 

Een voorbeeld uit de bundel Regen, 2015. Uitgegeven door IJzer.

Uit het gedicht ‘Splitsing’. Pagina 47. 

De aarde had geen telefoonnummer.

Hoe konden de mensen nou weten

waar ze naar moesten bellen?

De alomtegenwoordige mobiele telefoon in het straatbeeld wordt in drie zinnen onschadelijk gemaakt. Overal waar je tegenwoordig kijkt zie je mensen praten tegen elkaar. Vaak genoeg zie je iemand tegen zichzelf praten. Die praat door een microfoon tegen iemand die misschien wel aan de andere kant van de wereld rondloopt. Ik kijk en kritiseer. Internationale en nationale ontwikkelingen bepalen mede de vorm van mijn poëzie, maar ik bedrijf geen kunstpolitiek. Wat doe ik wel? Ik wijs op nationalistische tendensen en gooi de grenzen van de moraal open. Althans, dat hoop ik te kunnen doen. Ik ben niet bang om te choqueren. Ik zie het nooit als doel op zich maar gebruik het om de vorm van de kunst te bevragen. Poëzie is voor mij een kunstzinnige vorm van schrijven. De dichter beschrijft een individueel beeld met ‘onpersoonlijke’ letters (het alfabet is immers van iedereen). Hij plaatst het beeld buiten zichzelf en ordent door zijn wereldbeeld constant op losse schroeven te zetten. Ook al gaat poëzie over de liefde, de dichter haat zekerheid. Voor de dichter is de gesproken taal bijvoorbeeld het instituut van de slechte smaak. Daarom valt hij de banale woorden aan, door die sleets geraakte betekenissen die aan die woorden kleven via zijn particuliere zinnen die woorden hun hervonden krachten terug te geven. Dat is wat mij betreft de functie van poëzie. 

Een voorbeeld uit de bundel Exclusief.

Uit het gedicht ‘Maan’. Pagina 16/17. 

De maan is niet wit, zwart of universeel. 

Er bestaan alleen verzorgingsvaardigheden. 

De algemene regel is. Kapot is de maan.

In deze drie dichtregels lees je dat taal er niet voor bedoeld is om mee te onderhandelen. Want dat is spreken om je verstaanbaar te maken. In de laatste regel van die strofe is duidelijk dat de regels algemeen zijn, voor alledaags gebruik. Kapot. Banaal. Wat ik beoog is zinnen te schrijven waarin de taal sterk genoeg is om zich te verzorgen, en zich van binnenuit bijzonder maakt, zodat de taal zich heelt. 

Michael Tedja

  • Het gedicht ‘Maan’ is in het festivalmagazine gepubliceerd samen met de Engelse vertaling van de hand van Michele Hutchison. In de extra online publicatie zijn de beide gedichten die Tedja voordroeg tijdens de openingsavond opgenomen.

Foto: Reyer Boxem

Michael Tedja: Nieuwe wegen scheppen

Geplaatst: wo, 17 juli 2019